Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Fig. 522. A is niet geheel geteekend. Slechts enkele hoofdzaken van kernen en bundels zijn er in weergegeven. Fig. 522. B is wel volledig geteekend. In beide is het frontale roode-kern-einde door een kring omgrensd.

Deze sneden, loodrecht op de lengte-as der medulla oblongata, vallen ver frontaalwaarts van het corpus mammillare.

De infundibulair-streek is getroffen.

In meer caudale sneden kan men echter in het normale praeparaat zeer vele vezels, dorsaal van het corpus mammillare door de middellijn zien gaan en zij zetten zich voort in de boogvormig zich dorsaalwaarts wendende vezels, die in fig. 522 met a zijn aangegeven en mediaalwaarts van het c. geniculatum mediale het frontale kern-einde doorbreken.

De overgang van het mesencephalon in het diënceplialon is te dezer hoogte eenigszins samengesteld.

Het frontale einde van het mesencephalon wordt ventraal door het diëncephalon omvat, zoodat het ganglion geniculatum mediale en het caudaalwaarts voortgedrongen einde van de laterale en ventrale thalamus-kernen (fig. 522. A en B; n. 1. th. en n. ve.th.) ventraal van het mesencephalon komen. Tusschen beiden in ligt dan het frontale einde der roode kern.

Maar in de buurt van het caudale einde van den thalamus verschijnt de nucleus praebigeminalis (fig. 522; n. praeb.) een vóórkern van het mesencephalon, die door N i s s 1 niet gerekend wordt tot de thalamus-kernen omdat zij na schors-exstirpatie volkomen ongedeerd blijft, wat met geen der overige thalamus-kernen het geval is.

Een groot deel der in ventro-dorsale richting het tegmentum doorkruisende vezels passeert ook den nucleus praebigeminalis. Het is niet uit te sluiten, dat een deel erin blijft, zooals in fig. 522. A schijnbaar het geval is. Een deel ervan gaat er ook doorheen, en die vezels richten zich naar het middelste merg van den voorsten'heuvel (fig. 522. B).

De nucleus praebigeminalis wordt op zijn beurt door de beide achterste thalamus-kernen ingesloten.

N i s s 1 onderscheidt hen als de dorsale achterste thalamus-kern of nucleus postero-dorsalis thalami (fig. 522; n. po.do. th.) en als de laterale achterste thalamus-kern of nucleus postero-lateralis thalami (fig. 522; n. po. la. th.), die dorsaal en latero-ventraal van den n. praebigeminalis zijn geplaatst.

Het frontale einde der roode kern wordt te dezer plaatse opgebouwd door het frontale merg, voortzetting van het centrale merg, maar dat dan alleen de door de roode kern ononderbroken doorloopende bind-arm-vezels bevat en voor de overgroote meerderheid uit in de roode kern ontsprongen vezels bestaat. Het proximale of frontale mergveld bestaat uit fijne, in alle richtingen getroffen vezels, waarin de hoogste uitloopers van de roode kern (fig. 522. A) een eindweegs binnendringen, eer het massief wordt (fig. 522. B).

Behalve enkele bind-arm-vezels, die zonder onderbreking door de roode kern heengaan, zijn alle vezels uitvoervezels of aanvoervezels van de roode kern naar of van hoogere hersengedeelten.

Sluiten