Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mediale; latero-dorsaal, de nucleus praebigeminalis en dorsaal, een veld, waarin tal van vezels uit het diepe merg van den voorsten heuvel en uit de commissura posterior samenkomen.

In Weiger t-praeparaten ontmoet men dus het frontale merg der roode kern als een fijnvezelig mergveld (fig. 522. A), waarin zich hier en daar, de proximale resten der roode kern, als lichtere veldjes afteekenen, totdat ook deze verdwijnen (fig. 522. B).

Differentiatie kan men in die kernresten (verg. fig. 523) niet meer aantoonen. Men kan niet meer aantoonen, dat bijv. de centrale celband, die het frontale merg van den hypothalamus afscheidt (fig. 522. A en fig. 523) nog beantwoordt aan den nucleus magno-cellularis, evenmin dat de dorsaal volgende rij celgroepen overeenkomt met den nucleus minimus, of dat het tegen den nucleus praebigeminalis grenzende samenhangende kernstuk (fig. 523) een overblijfsel zou zijn van den nucleus gelatinosus of dorso-reticularis.

De rangschikking der omgevende kernen rondom het frontale mergveld van de roode kern is niet een toevallige rangschikking. Men vindt haar bij de hoogere zoogdieren steeds terug, ook bij den mensch.

Daar mogen de achterste kernen van den thalamus in het pulvinar opgaan en het frontale mergveld een reusachtige ontwikkeling bereiken (zie fig. 549. 550.), de nucleus praebigeminalis blijft dit mergveld dorsaal vergezellen en de caudale uitloopers der laterale en ventrale thalamus-kernen schuiven zich tusschen hypothalamus en frontale merg in.

In verband met de door Boyce, Bechterewen Wallenberg verdedigde meening, is het van belang het frontale einde der roode kern te bezien in de serie met halfzijdige doorsnijding der medulla oblongata, waarin met den rubro-spinalen bundel dus ook de thalamo-spinale baan van Wallenberg vernietigd is.

In fig. 523 is gelijkzijdig aan de operatie, de normale roode kern naar een karmijn-praeparaat van een konijn afgebeeld.

Het frontale merg doet zich daar voor als een lichtrose gekleurd zeer fijnvezelig veld, waarin een aantal celhoudende groepen de resten d#r roode kern vertegenwoordigen en waardoorheen een aantal bundels van ietwat grovere vezels in dorso-ventrale richting loopen.

De brokstukken celhoudende reticulaire substantie hangen nog samen, ventraal, waar de roode kern tegen den hypothalamus grenst en dorsaal waar zij tegen den n. praebigeminalis grenst.

De overige brokstukken der roode-kernresten, zetten zich tot aan de caudale thalamus-uitloopers voort, die ten slotte de frontale mergmantel afdringen van den hypothalamus en hem ventraal begrenzen (fig. 522. B).

Opmerkenswaardig is het, dat men, zoodra deze doorsnede vergeleken wordt met een, die terzelfder hoogte genomen is door de roode kern, gekruist aan de zijde der halfzijdige bulbus-verwoesting, er zeer bepaalde veranderingen zichtbaar worden (fig. 524).

De gekruiste roode kern, die nog in het frontale derde gedeelte, groote

Sluiten