Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ad. II. De roode kern ontvangt aanvoerende vezels niet alleen langs den grooten medio-ventralen toevoerweg van den bind-arm, als hij zich in de commissura van Wernekink heeft gekruist.

Uit de fontein-straling van M e y n e r t ziet men, nadat zij zich door de dorsale tegmentum-kruising naar de overzijde heeft begeven, een belangrijken dorsalen toevoer van vezels naar de roode kern gaan.

Bovendien treden uit de laterale tegmentum-vlakte talrijke vezels in het gebied der roode kern. Zij loopen er door heen, steken even proximaal van de bind-arm-kruising de raphe over en bereiken de gekruiste kern. Deze vezels worden eerst duidelijk zichtbaar, als tengevolge van bind-arm-ver lies, de verwarrende vezelmassa der commissuur van Wernekink van een groot aantal vezels beroofd is geworden. Zij stammen voornamelijk uit den lemniscus lateralis, maar zij komen evenzeer uit den lemniscus medialis voort.

Van Gehuchten legt nadruk op de beteekenis der fontein-straling als toevoerweg naar de gekruiste roode kern. Von Monakow bewijst dat vezels, die uit den lemniscus afkomstig zijn, een zeer belangrijken toevoerweg voor de gekruiste roode kern vormen.

Naar mijn meening zendt het caudaal van de roode kern gelegen zenuwstelsel, direct en indirect, talrijke aanvoerende vezels naar die kern. Ten deele bereiken ze haar indirect. Eerst gaan zij naar het mesencephalon langs de beide lemnisci, worden daar onderbroken en wenden zich dan langs de fonteinstraling naar de gekruiste roode kern. Ten deele buigen al vezels, voordat zij het mesencephalon bereikt hebben, direct uit de lemnisci en voornamelijk uit het laterale gedeelte van den medialen lemniscus naar de gekruiste roode kern af, onverminderd de vezels, die uit den lemniscus in den bind-arm loopen en in hoofdstuk XII, par. 5 zijn beschreven.

Wanneer in de medulla oblongata de lemniscus medialis wordt vernield, degenereert hij in frontale richting en er gaan gedegenereerde vezels daaruit in de laterale vlakte der roode kern over.

Omtrent deze verschillende toevoerwegen leert het experiment inderdaad eenige bijzonderheden kennen.

In dit opzicht is van belang, de éénzijdige verwijdering der beide heuvels van het mesencephalon, of eenvoudiger nog het aanbrengen eener snede, die beide heuvels van het tegmentum afscheidt, een operatie, die zonder eenige beschadiging van den bind-arm kan verricht worden.

Te mijner beschikking zijn een vrij groot aantal dergelijke experimenten, te zijner tijd met ander doel verricht. Het blijkt echter, dat het resultaat dezer operatie op de gekruiste roode kern bij dieren, welke de operatie 6 maanden tot l1/2 jaar hebben overleefd, zeer constant is.

De uitbreiding eener dergelijke operatie is in fig. 525 afgebeeld. De messteek is ongeveer in het middelste gedeelte van den achtersten heuvel het centraal zenuwstelsel binnengedrongen (fig. 525; 1.x.). Hij laat daarin een spoor na, deels als lidteekenweefsel, deels als een kleine met vocht gevulde spleet (fig. 525; 2 x). In fig. 525; 2. bij x. x. bereikt deze haar grootste uitbreiding.

Sluiten