Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de vezels, die uit de laterale afdeeling van den medialen lemniseus langs het middelste merg heen de roode kern zoeken.

De gevolgen van deze verwonding voor de gekruiste roode kern zijn nu in de afbeeldingen van horizontale sneden door de roode kernen, in fig. 528 en in fig. 529 te overzien. Beide gaan door de ventrale étage van de roode kern.

Fig. 528 treft de normale roode kern, gelijkzijdig aan de verwonding.

In de pars magno-cellularis is de teekening der reticula nog uitgewerkt. In het overige gedeelte zijn alleen de cellen met het teekenapparaat ingeteekend, alsmede de omtrekken der overlangs instralende vezelbundels.

Wat men in de pars magno-cellularis aan velden van dwars doorsneden vezels aantreft, zijn doortrekkende vezels van den N. oculomotorius.

De overlangs getroffen vezelbundels stammen uit den bind-arm. Zij stralen zoowel in de pars magno-cellularis binnen, als in den zijdelings daarvan geplaatsten zijhoorn. Zij bouwen niet alleen het mergveld op, dat tusschen de groote cellen blijft ingesloten, maar bereiken ook het dorso-lateraal daarvan gelegen driehoekige vezel veld.

Tegelijkertijd echter ziet men langs een in de figuren geteekende lijn xy een groot aantal nieuwe bundeltjes binnentreden, die zich in de lengterichting omslaan en als overlangs getroffen vezelbundels in de proximale kernpartijen verder gaan.

Deze overlangs getrokken vezelbundeltjes zijn in fig. 528 veel grooter in aantal en zij zijn ook veel breeder dan in fig. 529 het geval is. Zij zijn de bundeltjes, die afkomstig zijn van de fontein-straling en van den lemniseus. Dit is geheel in overeenstemming met de sterke verkleining van de dorsolaterale driehoekige afdeeling van het centrale merg, die in fig. 526 bij a was ge teekend.

De omgrenzing der verschillende onderafdeelingen van de roode kern, kan men door nauwkeurige vergelijking met frontale doorsneden en dooi rekening te houden met de gevolgen der atrophie, die zich in het vorige geval hebben voorgedaan, beproeven. Zij is in fig. 528 voor het ventrale gedeelte der roode kern uitgevoerd.

Vergelijkt men echter fig. 528 met fig. 529, waarin een afbeelding is gegeven van de roode kern, gekruist aan de in fig. 527 gegeven verwonding, dan vallen zeer groote veranderingen in het oog.

Niet alleen treft de versmalling der zooeven genoemde, om en bij de lijn xy binnentredende overlangs getroffen vezelbundeltjes. Boven alles wordt zichtbaar: le. de zeer groote vermindering in aantal van de kleine cellen in den cornu lateralis en in de ventrale afdeelingen der dorso-reticulaire en gelatineuse kernen.

Deze vermindering gaat gepaard met een belangrijke verkleining van alle andere cellen, ofschoon die in de pars magno-cellularis, het minst veranderd zijn. Zij betreft niet alleen de groote en middengroote cellen, maar ook de kleine, die zijn overgebleven.

De nucleus minimus is vrijwel onveranderd gebleven. Uit beide experi-

Sluiten