Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

c. De neo-rubrale afdeeling der roode kern bij dieren.

Het zal thans noodig zijn de vraag te stellen of de roode kern ook van de phylogenetisch jongere afdeelingen kan worden ontdaan. Daarvoor is in de allereerste plaats noodig te zien, wat er in de gekruiste roode kern gebeurt, als de bind-arm wordt doorgesneden, die, in hoofdzaak althans, een phylogenetisch jongere aanvoerweg is, afkomstig uit het cerebellum.

Éénzijdige bind-arm-door snij ding oefent, zoowel op de vezels in de gekruiste roode kern als op haar reticula en haar cellen een zeer grooten invloed uit.

In de eerste plaats is bind-arm-doorsnijding het middel om de gekruiste roode kern te ontdoen van het grootste deel van haar centrale merg. Daar reeds gebleken is, dat een dorsaal deel van dit merg afkomstig is uit de fontein-vovmige straling en uit de lemnisci, wordt bind-arm-doorsnijding tevens een controle-experiment en het tegenstuk der experimenten, die in fig. 525—529 zijn afgebeeld.

De gevolgen der bind-arm-doorsnijding zijn in fig. 531 afgebeeld. De teekening is ontleend aan de hersenen van een konijn, dat door Dr. Rademaker is geopereerd.

In hoofdstuk XII werden zij beschreven, in fig. 492 afgebeeld, evenals daar op p. 340 de M a r c h i-degeneratie na bind-arm-doorsnijding besproken werd (fig. 493).

Nadat de kruising van den bind-arm voltooid is, gaat hij over in de witte kern. Door reticula wordt het massieve vezelveld in bundels opgelost en de vezelrijke roode kern ontstaat. Vooreerst wordt de grootcellige afdeeling der kern gevormd en de voortzetting der bind-arm-vezels gaat dan in het centrale merg der roode kern over, dorsaal van de grootcellige kern gelegen.

Wordt echter de bind-arm bij zijn uittreding uit het cerebellum doorgesneden, dan verdwijnen dientengevolge in de gekruiste kern al de bind-armbundels, die in het ventrale kerneinde meerendeels tusschen de reticula der pars magno-cellularis worden aangetroffen. Dit is in fig. 531 afgebeeld. Daar zijn, zoo nauwkeurig als dit met het teekenapparaat mogelijk is, naar een met karmijn nagekleurd Weiger t-P a 1-praeparaat, alle vezelbundeltjes afzonderlijk en tevens alle groote en middelgroote cellen ingeteekend.

Men ziet dan aan de linker zijde (de bind-arm was rechts doorsneden) van het praéparaat, nagenoeg alle vezelbundels in de pars magno-cellularis verdwenen. Daarin is geen sprake meer van centraal merg. De groote cellen zijn tegen elkander aangeplaatst, de vezelarme trabekels, waarin zij voorkomen, zijn niet langer door bundels gescheiden. De magno-cellulaire kern wordt dus veel kleiner, verplaatst zich in ventrale richting en daar zij ten deele tusschen de wortels van den N. oculomotorius is geplaatst, komen ook deze dichter bijeen te liggen en staan zij veel steiler.

Het verlies aan vezelbundels is echter ook lateraal van de pars magno-

Sluiten