Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Er gaan daarin ook kleine cellen te gronde, meer dan in de pars magnocellularis, en ook eenige der middelgroote cellen, maar niet zoo talrijk als na mese ncepha lon-doorsnij ding.

De sterkste verandering heeft echter de dorsale kern ondergaan tot in haar frontale einde toe. Het verlies van vezels is daarin nog vrij groot, zeer sterk echter is het verlies van kleine cellen.

Secundair ondergaan ook een vrij groot aantal middelgroote cellen en zelfs enkele groote cellen verandering door neurono-phagie, maar de eerste verandering is die in de kleine cellen.

Het experiment, dat tot grondslag heeft gediend voor het begrijpen van de roode kern, nl.: de doorsnijding van het tegmentum vlak onder We r n e k i n k's commissuur, wordt door de in de voorafgaande bladzijden gegeven ontleding duidelijk genoeg.

Wordt lang genoeg na deze operatie de gekruiste roode kern onderzocht, dan blijkt zij, omdat zij ontdaan is van alle aan- en afvoerwegen, die niet van proximale hersengedeelten afkomstig zijn, op constante wijze te veranderen.

De pars magno-cellulare moet wel geheel verdwijnen. Haar groote cellen verdwijnen als gevolg der doorsnijding van den rubro-spinalen bundel. Haar vezels verdwijnen, omdat de bind-arm, die er doorheen gaat, tenietgaat, haar kleine en kleinste cellen, omdat alle directe aanvoerwegen, die er heen gaan vernield zijn.

Met den cornu lateralis is het niet veel beter gesteld. De vezels dezer kern verdwijnen, omdat en bind-arm èn lemniscus èn de fonteinvormige straling vernietigd zijn. Met die vezels verdwijnen de kleine en kleinste cellen. Slechts een deel der middelgroote blijft over.

De dorsale kern verkeert in niet veel gunstiger positie. De groote cellen moeten verdwijnen, omdat de rubro-tegmentale wegen afgesneden zijn. De kleine cellen verdwijnen met de vezels van den bind-arm. Een groot deel der middelgroote cellen degenereert door neurophagie. Slechts een aantal dezer cellen blijft over. Uit haar ontspringen de vezels voor verdere proximale geleiding, voor zoover zij niet ontaarden. De overblijvende cellen treft men het meest in het frontale kern-einde aan.

Het ligt voor de hand, dat het eerstvolgend experiment thans zal moeten zijn: de vernieling van het frontale einde der roode kern met sparing van het caudale kern-einde.

Een gelukkig toeval deed mij bij proeven op het mesencephalon een steek geven door den top van den achtersten heuvel, die scheef naar voren gaande juist het frontale dorsale gedeelte der roode kern met haar frontale merg vernielde en de ventro-laterale afdeelingen der kern spaarde. Deze steek, die dorsaal en mediaal van de lemnisci bleef, doorsneed alleen de fonteinstraling, wat voor ons doel een bijzaak is. Het dier heeft na de operatie op 24 Mei 1907 tot 28 Sept. 1907 geleefd.

Het gedeelte der roode kern, dat door den steek is getroffen, wordt in fig. 534. A en B door foto's weergegeven.

Sluiten