Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kern uitstralen. Die vezels kunnen deels naar het diëncephalon en verder gaan, deels ook door den hypothalamus heen het striatum bereiken. In elk geval wordt hierdoor een verzamelplaats van afferente en efferente vezels der proximale verbindingen vernietigd.

De foto's in fig. 535 en 536 demonstreeren den loop van een deel dezer proximale verbindingswegen.

In fig. 535. A is een snede weergegeven door het achtereinde van den thalamus opticus, die het frontale einde van het corpus mammillare treft, waar de bundel van Vicq d'Azyrin verdwijnt (fig. 535; A. f. V. d'Az.).

Men ziet in fig. 535. A rechts, lateraal van den bundel van M e y n e r t (fig. 535; A. f. Mey.) een vrij omvangrijk veld, waarin, diffuus verspreid, een groot aantal bundels (fig. 535; a. b. c.) van fijne vezels aanwezig zijn, die links geheel ontbreken.

Dit veld, bij a, begint ventraal van den nucleus praebigeminalis (fig. 535; A. n. praeb.), volgt dan, in een smallen zoom langs den dorsalen rand van den nucleus ventralis thalami gelegen, deze kern (fig. 535; A. n. ve. th.).

Het is een zeer vezelrijk veld, bij c, tusschen de mediale punt dezer kern en M e y n e r t's bundel (fig. 535. A). Van daar breidt het zich mediaal van de stria medullaris ventralis thalami (fig. 535; A. s. me. ve. th.) uit en omvat, bij b, nog de meest mediale afdeeling van den hypothalamus (fig. 535; A. hyp.).

Alle vezels uit dit, aan de rechter helft zoo rijkelijk van vezelbundels voorzien gebied, zijn links weggevallen. Er is niets van over.

Het heeft dus allen schijn alsof van uit liet frontale merg der roode kern (rechts, intact, tusschen Meynert's bundel en ventrale thalamus-kern gelegen) de proximaal loopende vezels, de mediale thalamus-vlakte binnendringen.

Inderdaad ziet men van hier af, de mediale afdeeling van de ventrale thalamus-kern, zoowel als van de mediale thalamus-kern aan de linker zijde veel kleiner dan aan de rechter.

Proximaalwaarts evenwel, in fig. 535. B is dit zichtbaar, trekken zich, de in het bovenbeschreven veld verspreid liggende vezelbundels tot twee grootere vezelgroepen samen.

De eerste dezer vezelgroepen (fig. 535. B) blijft, bij a, aanvankelijk nog lateraal van den bundel van Meynert, niet onmiddellijk daaraan grenzend, maar dorsaal van de ventrale thalamus-kern (fig. 535; B. n. ve. th.).

Deze vezelgroep, rechts uit een groot aantal vezelbundels opgebouwd, is links klein en arm aan vezelbundels en vooral zijn de vezelbundels, die rechts, van dien bundel a uit, overgaan in de laterale afdeeling der ventrale thalamus-kern, links tot enkele dunne bundeltjes gereduceerd, terwijl deze kern in haar geheel kleiner is dan rechts.

Behalve deze dorsale vezelgroep is er echter nog een tweede (fig. 535. B) ventraal, in het mediale gebied van den hypothalamus, bij b, te vinden, lateraal van den bundel van Vicq d'Azyr.

Ook deze bundel b, die rechts uit een massief veld van vezelbundels bestaat, is links veel kleiner en uit magere vezelbundels opgebouwd.

Sluiten