Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In de foto's is een vrij scherpe afscheiding zichtbaar tusschen het geatrophiëerde deel en het relatief intacte deel der gelijkzijdige roode kern.

Een zwarte lijn, door die foto's getrokken, doet duidelijk uitkomen, dat alles wat dorsaal er van gelegen is, aan de rechter zijde, tot onherkenbaar wordens toe is veranderd.

Het frontale merg is sterk geatrophiëerd. Donker gekleurde, slecht omschreven vezelbundels bouwen het op. Maar niet alleen daarop berust de atrophie.

Er zijn ook zeer vele cellen te gronde gegaan. Niet de zeer groote cellen. Er is, als zij oorsprongscellen der rubro-tegmentale vezels zijn, ook geen reden voor.

Zelfs wordt de indruk gewekt, alsof zij in de afbeelding aan de rechter zijde zijn toegenomen. In de samengevallen roode kern is dit een gevolg der samenvalling.

Vooral zijn de middelgroote cellen veranderd, deels verdwenen zonder spoor na te laten, deels met vergevorderde degeneratie-verschijnselen. Vleksgewijze verspreid vindt men plaatsen waar al deze cellen veranderd zijn, op andere plaatsen vindt men nog eenige normale cellen. In een bepaald opzicht verschilt de hier gevonden verandering van die, welke men door bind-arm-atrophie in de dorsale afdeeling der roode kern opwekt. Dan gaan de kleine cellen eerst te gronde, als gevolg daarvan en secundair ook de middelgroote (fig. 532 en 533). In het hier vermelde geval degenereeren de middelgroote cellen primair, zoodat men, reeds na 6 weken er hier en daar niets meer van overgeschoten vindt (fig. 538).

In elk geval pleiten de hier gevonden veranderingen er voor, dat een retrograde axon- en cel-degeneratie van een rubro-thalamisch systeem heeft plaats gevonden, dat zijn oorsprong neemt uit middelgroote cellen. In het beschreven experiment verdwijnen zij niet alle. Ten deele kan dit verband houden met den korten levensduur van het volwassen dier na de operatie, ten deele bezitten de middelgroote cellen ook nog andere verbindingen dan die van een rubro-thalamisch stelsel.

De zeer sterke vezel-degeneratie in het frontale merg en in het frontodorsale kerngebied is echter niet alleen afhankelijk van de axipetale degeneratie in het rubro-thalamisch stelsel, maar ook van een directe ontaarding in het strio-rubrale stelsel.

Het blijft nu opmerkelijk, dat exstirpaties der hemispheer, waarbij wel het striatum wordt verwijderd, maar waarbij het diëncephalon niet wordt beschadigd, ongeveer denzelfden invloed op de roode kern hebben, als wanneer dit wel het geval is. Ten minste als het dier de operatie lang overleeft.

Men vergete echter niet, dat deze operatie onvermijdelijk vergezeld gaat van een intense atrophie van cellen in de laterale, mediale en ventrale thalamus-kernen, en dat een tertiaire atrophie van het rubro-thalamisch stelsel daarbij zeer waarschijnlijk is. Want liet frontale merg verdwijnt in die gevallen even volkomen als wanneer ook het diëncephalon beleedigd is.

Sluiten