Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Men kan met deze teekening vergelijken, die welke in fig. 543 is afgebeeld. Zij treft op dezelfde hoogte de roode kern van een cerebellum-loozen hond door Dr. Dusser de Barenne geopereerd en 9 maanden lang in leven gehouden.

Hier is de bind-arm verdwenen, en de cellen der pars magno-cellularis zijn opeengedrongen door het wegvallen van het centrale merg (verg ook fig. 531).

Zij zijn eenigermate veranderd. Vele er van doen zich voor als pyknotische cellen. De midde'groote cellen en kleine cellen zijn alle veel kleiner geworden.

Sterk wordt de indruk gewekt, alsof deze kern veel meer cellen bevat dan de normale en toch is dit slechts schijn. Het wegvallen der bind-armbundels doet de aangrenzende grootcellige kern, zijhoorn en dorso-reticulaire kern opeenschuiven, zoodat de doorsnede op hetzelfde oppervlak een veel grooter stuk van de roode kern bevat.

In werkelijkheid vallen er kleine cellen weg. Na cerebellum-exstirpatie niet in zoo sterke mate als na bind-arm-doorsnijding. Maar, en dit geldt vooral voor de dorso-frontale roode kernafdeeling, alle cellen, kleine, middelgroote en groote worden veel kleiner. Dat leert de vergelijking van fig. 543 en 542.

Ten slotte is in fig. 544 de reproductie gegeven eener doorsnede, wederom op dezelfde hoogte, met toluidine-blauw gekleurd, en bij dezelfde vergrooting bij den hemispheer-loozen hond van Z e 1 i o n y-P a v 1 o v.

Wat men daarin ziet is niet anders dan hetgeen in hoofdzaak reeds bij fig. 541 werd besproken.

De onveranderde pars magno-cellularis bevat veel grooter cellen dan in de norma. Onveranderd is daarin het centrale merg en de afdeeling er van, die als „driehoekig veld" er in werd onderscheiden.

De laterale kern, in meer distale gebieden geheel onveranderd, verliest te dezer hoogte haar verband met de dorsale kern. Zoowel in het proximale deel der laterale kern als in de dorsale kern zijn echter zeer veel vezels en nagenoeg alle middelgroote cellen uitgevallen. De dorsale kern is daardoor in belangrijke mate in omvang gereduceerd.

Uit hetgeen in de voorafgaande bladzijden werd medegedeeld, volgt vanzelf, dat het niet moeilijk is, een schema van bouw voor de roode kern bij konijn, kat en hond te ontwerpen.

Zij zijn dieren, bij welke de palaio-rubrale afdeeling der roode kern nog een overwegende beteekenis heeft.

Tot deze afdeeling behooren:

1°. de mediale toevoerbaan voor de roode kern uit de lemnisci en uit het mesencephalon;

2°. dat gedeelte der distale toevoerbaan (bind-arm), welker vezels niet uit het cerebellum afkomstig zijn, maar er aan worden toegevoerd uit het corpus juxta-restiforme, zooals in hoofdstuk XII, par. 5, is beschreven;

Sluiten