Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bij het konijn, meer nog bij hond en kat, de cerebello-cerebrale of neo-rubrale afdeeling reeds tot een begin van ontwikkeling gekomen, bepaaldelijk aan het fronto-dorsale gedeelte der kern.

Bij apen is die afdeeling al belangrijk verder gedifferentieerd. Bij den mensch heeft haar differentiatie het hoogtepunt bereikt. De neo-rubrale afdeeling overheerscht bij den mensch het bouwplan der roode kern. Haar vergelijking met die der lagere zoogdieren mag slechts betrekking hebben op de bij hen reeds aanwezige dorso-frontale afdeeling er van.

Beginnen wij de onderlinge vergelijking der palaio-rubrale af deelingen bij dier en mensch, dan is, toen de belangrijke reductie der pars-magnocellularis van den mensch behandeld werd (fig. 512), gebleken, dat de hoofdgroep der groote cellen caudaal en dorsaal van den bind-arm was geplaatst.

Alleen aan het verst gelegen caudale einde der kern (fig. 512) is de pars magno-cellularis ook vertegenwoordigd door een rij groote cellen langs den lateralen bind-arm-rand en zelfs door een kleine groep groote cellen, langs zijn ventralen rand.

Want de grootcellige kern is door de groote plaatsruimte, die de bind-arm voor zich opeischt, bij den mensch, in latero-dorsale richting verplaatst geworden.

Bij apen is dit al merkbaar. Bij Semnopithecus bijv. (fig. 510) ligt het caudale deel der pars magno-cellularis nog wel ventraal, maar hoe verder men proximaalwaarts komt, des te verder wordt zij door de witte kernafdeeling latero-dorsaalwaarts verschoven.

Trouwens niet alleen de pars magno-cellularis wordt aldus verplaatst. De machtige bind-arm, die bij den mensch bijna de geheele breedte van het tegmentum in beslag neemt, laat evenmin toe, dat de mediale lemniscus, die bij de lagere zoogdieren nog ventraal er van wordt gevonden, daar blijft. Ook hij moet in latero-dorsale richting verschuiven en trekt de cornu lateralis, die eenerzijds met de pars magno-cellularis samenhangt, anderzijds tusschen bind-arm en lemniscus is ingeklemd, met zich mee.

2. Beschrijving der normale menschelijke roode kern.

Die verplaatsing treft dus beide onderdeelen der palaio-rubrale afdeeling, pars magno-cellularis en cornu lateralis.

Fig. 546 leert haar kennen. Deze figuur is geteekend naar een volgens Weigert en met karmijn nagekleurde doorsnede door het mesencephalon van een éénjarig kind. Zij treft den bind-arm boven de commissuur van Wernekink en de pars magno-cellularis door het frontale einde er van (fig. 546. p. ma.) eenige sneden proximaal van de in fig. 511 afgebeelde doorsnede.

De pars magno-cellularis wordt te dezer hoogte vertegenwoordigd uitsluitend door het groepje dorsaal van den bind-arm gelegen cellen. Zij hangt

Sluiten