Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In het massieve bind-arm-veld (fig. 546. br. c.), hier ook „witte kern" genoemd, dringt de-zijhoorn niet door.

Zeer talrijk zijn de vezels, die uit de middellijn rechtstreeks naar den cornu lateralis schijnen te loopen.

Te dezer hoogte zijn alle bind-arm-vezels al gekruist en in de witte kern vereenigd. Toch ziet men ventraal (fig. 546. d. te. ve.) en dorsaal (fig. 546. d. te. do.), langs F o r e I's en Meyner t's kruising, vele vezels de raphe passeeren.

Die uit de ventrale kruising zoeken rechtstreeks den cornu lateralis, die, welke uit de dorsale kruising stammen, dringen dwars door de witte kern heen, zonder dat men ze tot in den cornu lateralis kan volgen.

Maar al is liet dan niet mogelijk, de vezels, die de witte kern doorboren, in hun loop te volgen, wel vindt men, lateraal en ventraal van het massieve vezelveld der witte kern, een veld, door rijke trabekel-vorming gekenmerkt en dientengevolge opgebouwd uit gescheiden vezelbundels, dat herinnert aan het driehoekige veld van het centrale merg der lagere zoogdieren.

De palaio-rubrale afdeeling is hier, zoowel in het efferente veld (groep groote cellen), als in het afferente veld (cornu lateralis), zeer gereduceerd. Zij ligt buiten de witte kern.

Intusschen wordt de witte kern nog altijd omvangrijker, en door vezels uit de middellijn gevoed.

De samenhang tusschen pars magno-cellularis en cornu lateralis is door dit machtige vezelveld verbroken.

Dit is in fig. 547 zichtbaar, die slechts een tiental sneden, in dezelfde reeks, hooger ligt dan die, welke in fig. 546 werd afgebeeld.

De pars magno-cellularis is nog door drie cellen (fig. 547. p. ma.) vertegenwoordigd. Zij vindt in deze snede haar einde. De cornu lateralis is eveneens dicht bij zijn frontale einde getroffen (fig. 547. c. lat.). Hij ligt ventraal van bind-arm en lemniscus.

Dit is alles wat bij de menschelijke roode kern vergelijkbaar is met hetgeen bij dieren de palaio-rubrale afdeeling was en er komt zelfs een scheidingslijn van vezels tusschen den cornu lateralis en datgene wat zich thans binnen den bind-arm, dus binnen de witte kern, gaat ontwikkel^..

Want in de z.g. witte kern (fig. 547. br. conj.) zijn thans belangrijke veranderingen begonnen. Allereerst wordt het ventro-laterale gedeelte er van, snel door celhoudende strooken in een echte kern veranderd.

Die celhoudende strooken vloeien samen. Zij vormen weldra een samenhangend kern-geheel, een dientengevolge gelatineus gebouwde kern, waaraan door von Monakow de naam van latero-ventrale randzone is gegeven. Men kan die kern eenvoudig, de latero-ventrale afdeeling der roode kern of haar latero-ventrale kern noemen (fig. 547. n. lat. ve.).

Die latero-ventrale kern is, naar mijn meening, niet zonder meer met den cornu lateralis gelijk te stellen. Een groot deel van den cornu lateralis blijft buiten de witte kern. De eigenlijke latero-ventrale kern ontwikkelt

Sluiten