Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vaststellen wederom bij een man, die beiderzijds aan verweeking van den lateralen wand der medulla oblongata, gevolg van verstopping van zijtakjes der arteria vertebralis, leed, eveneens dubbelzijdig.

VonMonakow's waarneming kan ik geheel bevestigen. Bij een man, die jaren lang leefde, na dubbelzijdige afsluiting der arteria cerebelli inferior posterior, kon eveneens in het distale einde der roode kern, geen pars magnocellularis worden gevonden. Maar ook de hoofdkern was niet geheel intact. Zoowel reticula als groote cellen waren ook daarin veranderd.

Fraaier nog, omdat het tenietgaan der pars magno-cellularis streng éénzijdig en gekruist aan de laesie was, werd het tenietgaan der gekruiste pars magno-cellularis waargenomen bij een éénzijdige spleet in de medulla oblongata, die het veld van den rubro-spinalen bundel doorsneed.

De spleet is reeds vroeger (Deel I, fig. 151) afgebeeld bij de behandeling van de ascendeerende atrophie van den lemniscus.

In fig. 547ÖÏS is nu van beide zijden een stukje van de pars magnocellularis ge teekend, A van de normale, B van de ontaarde, aan de spleet gekruiste kern.

Boven alles treft de totale verwoesting der kern. Wat er van groote cellen over is, is weinig meer dan detritus en van de reticula ziet men nauwelijks iets meer.

Vast staat door dergelijke waarnemingen, dat de rubro-spinale bundel uit de pars magno-cellularis ontspringt bij den mensch, zoo goed als bij het dier.

De voor de hand liggende tegenwerping, dat een intensieve kernverandering als fig. 547bis te zien geeft, niet op rekening mag worden gesteld van celverlies volgend op axipetaal tenietgaan der efferente baan, maar bovendien ook beschadiging eischt van afferente rubrale banen, is volkomen gerechtvaardigd.

In de roode kern was niet alleen de pars magno-cellularis verdwenen, ook dat, wat hier als zijhoorn werd beschreven. Bovendien was er niet onbelangrijke atrophie der ventro-laterale randzóne der hoofdkern. Maar alleen in het caudale gedeelte er van.

De waarnemingen van vrij volledige halfzijdige vernieling van den zijwand der medulla oblongata houden, wat hun invloed op de roode kern betreft het midden tusschen hetgeen gezien wordt na halfzijdige verwoesting van het cervicale ruggemerg en na éénzijdige laesie van den tegmentumwand der V a r o 1 's -brug.

Ladame en von Monakow geven een voorbeeld der laatstgenoemde afwijking bij de beschrijving van een aneurysma van de arteria vertebralis (Nouv. Iconogr. de la Salpétr. T. 13. 1900).

Daar is de zijwand van het pontine tegmentum beschadigd en tevens de bind-arm.

De atrophie in het caudale gedeelte der hoofdkern is dan veel omvangrijker dan hier werd waargenomen, maar het frontale gedeelte is weer normaal.

Sluiten