Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De dorso-mediale kern wordt snel door de samenvoeging der reticula in een gelatineuse kern veranderd. Zij hangt met de latero-ventrale kern samen, zooals aan de rechter zijde van fig. 549 al zichtbaar wordt.

Men krijgt dus den indruk, alsof de bouw der hoofdkern bij den mensch, volgens eenvoudige beginselen is geschied.

In het midden ligt de reticulaire kern als een spil, waar omheen mantelvormig, de latero-ventrale en de medio-dorsale randkernen zijn geschikt.

In de latero-ventrale randzone zijn de laterale bind-arm-bundels al in een zeer caudaal niveau geeindigd. Daarom scheen zij vroeger gelatineus geworden dan de dorso-mediale.

De centrale kern, waarin de middelste bindarm-bundels overgaan, blijft reticulair. De dorso-mediale randzone neemt eerst in meer proximaal niveau de mediale bind-arm-bundels op en wordt, als dit geschied is, gelatineus.

Op hetzelfde oogenblik evenwel, dat de latero-ventrale kern het gelatineuse karakter krijgt, beginnen daarin veranderingen. Nieuwe vezelbundels duiken daarin op. Van den beginne af aan zijn zij in deze doorsnede scheef doorgesneden, want zij loopen alle in dorso-laterale richting en bouwen gezamenlijk den van nu af aan snel in omvang toenemenden latero-dorsalen mergmantel der roode kern op. Dit is vooral in de rechter helft van fig. 549 zeer duidelijk, ofschoon het ook links, op het oogenblik, dat een dorso-mediale kern er eigenlijk nog niet is, reeds is begonnen.

Intusschen heeft de begrenzing der roode kern weinig verandering ondergaan. Als in fig. 548 blijft zij: lateraal, de lemniscus, die intusschen al vezels afgeeft aan het middelste merg van den voorsten mesencephalen heuvel; dorsaal daar er geen fontein-straling meer is, wordt zij overgenomen door den nucleus praebigeminalis (fig. 549. n. pr. bi.); ventraal blijft de substantia nigra, in welker compacte afdeeling men vezelmassa's herkent (reeds in fig. 548 beginnend) die als fibrae efferentes tecti bij de bespreking der zwarte kern behandeld zullen worden. Deze vezellaag helpt ook de laterale begrenzing vormen (fig. 549. f. mes.).

De veranderingen in de roode kern nemen nu zeer snel toe. Zij zijn afgebeeld in fig. 550.

Vooreerst wordt het aantal der vezels, die uit de latero-ventrale kern naar het laterale merg gaan, steeds grooter. Zij liggen geschikt in een grooten boog van bundels en gaan alle in het dorso-laterale merg der roode kern over (fig. 550. n. ventr. lat.).

Maar ditzelfde gebeurt met de centrale kern (fig. 550. n. ce.). Ofschoon zij het reticulaire karakter behoudt, zendt zij van nu af, eveneens een groot aantal vezels naar het dorso-laterale merg.

Deze vezels komen dus uit het diepste gedeelte der kern en bepalen den eigenaardigen vorm, dien zij in haar fronto-laterale gedeelte te zien geeft. Ingedrukt door de machtige vezelmassa van het dorsale merg krijgt zij den vorm van een boon en men kan de in-deuking als den hilus der kern onderscheiden.

Intusschen heeft ook de dorso-mediale kern (fig. 550. n. dors. med.)

Sluiten