Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

3. Nadere ontleding van de frontale mergstraling uit de menschelijke roode kern.

De frontale verbindingen en de onderafdeelingen der roode kern.

Het is mogelijk om met behulp van menschelijk pathologisch materiaal, een aantal moeilijke punten, die zich bij de studie der roode kern voordoen, op te helderen, wanneer men daartoe door experimenteelen arbeid is voorbereid.

Men vangt dan aan met de studie der frontale mergstraling uit de roode kern, omdat het blijkt, dat elke atrophie daarin zich op onderafdeelingen der kern weerspiegelt.

De sleutel voor het pathologisch onderzoek ligt weer in de studie van foetale of jonggeboren menschelijke hersenen, omdat de hypothalamus en de frontale mergstraling uit de roode kern daar onvolkomen gemyeliniseerd zijn. Met dit doel kies ik hier de hersenen van een kind, dat den leeftijd •van 4 maanden heeft bereikt.

Door F 1 e c h s i g's werk is liet bewijs geleverd, dat op dien leeftijd in de hemispheer, het merg in de corona radiata nog uitsluitend in de parietale hersenen tot vrij volledige ontwikkeling is gekomen. Wel is de mergontwikkeling begonnen in de temporale en in de occipitale zones, kortom in dat gedeelte, wat Flechsig met den naam projectie-hersenen heeft aangeduid. Maar in de frontale hersenen of in het gebied, dat hij associatiehersenen noemde, is nog geen spoor van myelinisatie. In den pes pedunculi cerebri ontbreekt de mergvorming eveneens, behoudens dan het begin er van in het gebied, dat zich in de pyramide voortzet.

Op dat oogenblik is echter in den hypothalamus een machtig striatumstelsel, Edinger's ,,Kammsysteem", te zamen met het systeem der ansa lenticularis, reeds lang merghoudend. Dit systeem, dat als eerste stelsel in den hypothalamus merghoudend wordt, zal bij het striatum meer uitvoerig besproken worden. Dientengevolge wordt in den hypothalamus een frontaal rubraal-systeem nog mergloos aangetroffen, naast een pallido-rubraal systeem, dat merghoudend is. Dit feit leent zich tot de ontleding der frontale mergstraling uit de roode kern.

Hetgeen men bij dit viermaandsch kind daarin ziet, is in 5 foto's in fig. 555 afgebeeld. De mergmantel van de roode kern (fig. 555. No. 421 der serie) is vrij gelijkmatig gemyeliniseerd. In de frontale mergstraling is de mergontwikkeling het sterkst in een centrale wigvormige afdeeling. Zij kleurt zich zeer donker. Minder intensief, maar toch flink donker, is de lateroventrale afdeeling. Op de grens der centrale en dorso-mediale afdeeling wordt echter een lichter gekleurde plek aangetroffen, die beantwoordt aan het merglooze fronto-rubrale stelsel.

In dit overigens nog weinig scherp gedifferentiëerde geheel, opgebouwd uit systemen, die zich met elkander mengen, is er nog geen scherpe scheiding, maar het valt even proximaalwaarts (fig. 555; 2. No. 399 der serie) al uiteen in vier zeer scherp van elkaar gescheiden vezelvelden.

Sluiten