Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Veel meer bewijzend nog voor deze vraag, is een kleine, acuut ontstane haard in den thalamus, afgebeeld in de vier sneden van fig. 559'.

Hij ligt, meer proximaal dan de vorige, in liet middelst derde gedeelte er van. Men ziet een kyste, te zijner tijd acuut door een embolus ontstaan, en langer dan 4 jaren door de lijderes gedragen.

No. 118 dezer reeks treft den thalamus, door het voorste derde gedeelte ongeveer daar, waar de bundel van V i c q d'A z y r den nucleus anterior verlaat. Deze doorsnede valt vóór de kyste.

No. 88 treft x bij het begin van de kyste, die in den nucleus lateralis is geplaatst en de oorzaak wordt van de verkleining dezer kern, die in alle doorsneden links zichtbaar is.

In No. 08 bereikt deze kyste haar grootsten omvang en deze snede beantwoordt ongeveer aan die, welke in deel I in foto 156. A is afgebeeld.

In No. 45, een snede, die den thalamus door het achterst derde gedeelte treft, ongeveer daar, waar de vorige verweekingshaard geplaatst was, is de kyste geëindigd.

Ook deze haard, die beperkt blijft tot de laterale en ventrale thalamuskernen der linker zijde, breekt nergens door in den hypo thalamus en raakt nergens de capsula interna.

De veranderingen, die deze kyste in het frontale merg en de latero-ventrale afdeeling der roode kern te weeg brengt, zijn in fig. 560 in teekening gebracht.

Fig. 560. A geeft de rechter roode kern weer, fig. 560. B de linker, aan de zijde der kyste.

Ofschoon de hier gevolgde sneerichting die van Forel is, is zij niet geheel en al dezelfde, als in fig. 554 en fig. 558.

Desniettemin blijkt uit die teekeningen, dat het frontale merg der roode kern aan de linker zijde zeer is verkleind. De frontale mergstraling uit de roode kern reikt ver lateraalwaarts in den hypothalamus, links tot dicht bij den haard.

In den hypothalamus bepaalt zich de verkleining van de linker zijde in de laterale afdeeling van de mergmassa uitsluitend tot de dorsale helft. De ventrale ervan heeft in het geheel niet geleden. Bovendien zijn uit de dorsale afdeeling alleen rubro-thalamische, geen rubro-parietale vezels verdwenen. Naarmate men dichter bij de roode kern komt, wordt evenwel de verdeeling tusschen de normale en de atrophische vezelmassa's geleidelijk een andere. De atrophische vezellaag omhult dan de normale.

De normale vezels worden als een laag zeer scheef getroffen vezels links en rechts naar het midden der straling gedrongen tegen de frontale pool der roode kern aan. Links zijn de vezels, die den ventro-lateralen mergmantel der roode kern vormen, in aantal zeer verminderd.

Minder vezels zijn weggevallen uit het dorsale merg, al is ook dit merkbaar kleiner.

In de roode kern zelf, herkent men beiderzijds onduidelijk den hilus.

De centrale kern, de spil waarom de beide andere zijn gerangschikt,

Sluiten