Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en atrophisclie vezelbundels, met haar geschrompelde reticula zeer veranderd.

Maar het aantal cellen is slechts weinig afgenomen. De meeste zijn kleiner, maar er zijn ook een aantal normale cellen en enkele zeer groote in. Bedenkt men echter, dat het hier afgebeelde stuk der geatrophiëerde kern in fig. 561. B beantwoordt aan een veel grooter stuk dan fig. 561. A, dan volgt noodzakelijk, dat er te weinig middelgroote cellen zijn. Dit blijkt uit de vele zeer kleine celresiduen, die men vindt.

Daarnaast echter vindt men enkele normale zeer groote cellen.

Naarmate men caudaalwaarts komt, nemen de veranderingen in intensiteit af.

Een dergelijk beeld wordt ook in de medio-dorsale kern, maar minder intensief en minder ver caudaal-reikend gevonden.

Minder intensief, omdat de dorso-mediale kern veel meer verbindingen bezit, bijv. de verbindingen met de parietale hersenschors (vergelijk ook fig. 566 en fig. 567) dan de latero-ventrale kern.

Minder ver caudaal reikend, omdat de bind-arm-vezels in de mediodorsale kern veel verder frontaal doordringen dan in de latero-ventrale.

Haarden, die tot den thalamus beperkt blijven, oefenen dus invloed uit op de roode kern. Zij zijn vruchtbaar voor de studie der centrale verbindingen, welke deze kern met den thalamus maakt.

De studie er van veroorlooft ons de volgende meeningen uit te spreken:

le. Er gaan een groot aantal vezels uit de roode kern naar den thalamus, maar zij bereiken niet het meest frontale gebied er van.

Zij verschijnen eerst, nadat de strio-rubrale en de cortico-rubrale vezels zich, in meer frontale vlakken, tot een afzonderlijken bundel, in liet veld h2 van Forel (fig. 556. A) hebben vereenigd.

2e. De efferente rubrale stelsels naar den thalamus ontspringen vooral langs den lateralen mergmantel der roode kern, veel minder, maar toch nog merkbaar langs den dorso-medialen mergmantel. In de frontale mergstraling aangekomen, omhullen zij eerst de, in het centrum er van gelegen, afferente rubrale stelsels uit pallium en cortex (fig. 556. B). Tijdens hun verderen loop in het frontale merg der kern, plaatsen zich de efferente stelsels, medio-dorsaal van de afferente stelsels (fig. 555 en fig. 560).

3e. De rubro-corticale vezels gaan vrij ver occipitaalwaarts, door het achterste been der capsula interna als een gesloten bundel daarin over. Zij maken een deel uit van de vezelstraling naar de wandkwab (vergelijk ook fig. 555, fig. 556. B en fig. 569). Deze vezels vormen het rubro-corticale of beter het rubro-parietale stelsel.

4e. De meeste rubro-thalamische vezels verlaten het frontale mergveld der roode kern langs het veld h1 van Forel (den faisceau thalamique) in een min of meer gesloten vezelbundel, die dus in een meer frontaal niveau dan de tractus rubro-parietalis wordt getroffen.

Deze vezels begeven zich naar het middengebied van den thalamus. Vooral

Sluiten