Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stemmen in een ongeveer gelijke uitbreiding der verwoesting van het striatum. Beide haarden hebben voor de studie van hersenstelen en bruggekernen reeds belangrijke diensten bewezen en ook voor de studie der roode kern hebben zij groote waarde.

De haard, van welken het eerst de invloed op de roode kern zal worden nagegaan, is reeds afgebeeld in deel II, fig. 335, A—C.

De veranderingen dientengevolge in het distale eind van den hersensteel veroorzaakt, vindt men geteekend in fig. 336 en die der nuclei pontis in deel III, fig. 470.

Deze haard heeft de verbindingen tusschen hersensteel met de frontale en temporale lobben volledig, met de parietale lobben gedeeltelijk, maar zeer onvolledig, verbroken. In den hersensteel zijn alleen parieto-pontine vezels overgebleven. (Deel II, fig. 336.)

Bovendien is het voorste gedeelte van het striatum (fig. 335. B) er volledig door verwoest.

In de volgende afbeeldingen (fig. 562—566) wordt thans een overzicht gegeven van de veranderingen, dientengevolge ontstaan in de regio subtha lamica, het frontale merg der roode kern en in de frontale afdeeling dier kern, ten einde een inzicht te krijgen in de verbindingen, die de frontale lobben en de nucleus pallidus met de roode kern maken.

In fig. 562 (No. 120 der reeks) is een teekening weergegeven eener doorsnede door het vooreinde van den thalamus. De snede treft het foramen M o n r o i en het begin van den derden ventrikel. Zij gaat tusschen chiasma opticum en corpus mammillare door de basis cerebri.

De haard, links, is massief zwart gekleurd.

Aan de normale zijde, rechts, onderscheidt men vooreerst het striatum. De nucleus caudatus springt in den lateralen ventrikel uit, die door het foramen M o n r o i, waarin de tela chorioidea, tusschen columna fornicis en habenula met den derden ventrikel samenhangt.

De kamer is door de substantia grisea centralis omgeven, waarin de columna fornicis descendens wordt getroffen, en de substantia grisea gaat over in de substantia perforata, waartegen de tractus opticus ligt, die links vrij sterk is geatrophiëerd.

Het grooter gedeelte van het striatum aan de normale zijde wordt door de lenskern, den nucleus lentiformis gevormd.

De laterale afdeeling dezer kern, het vezelarme putamen nuclei lentiformis wordt door de capsula externa van het claustrum (hier niet meer geteekend, zie fig. 569) gescheiden en door de lamina medullaris limitans, die zich van de capsula interna tot aan de ventrale vlakte van het striatum uitstrekt, afgegrensd van den vezelrijken globus pallidus nuclei lentiformis of kortweg den nucleus pallidus.

Daarin worden nog twee laminae medullares gevonden. Van hen is de buitenste volledig en loopt van de ventrale vlakte der lenskern tot aan de capsula interna.

Sluiten