Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij begint zich te dezer hoogte reeds te verkleinen, verwoest het putamen nog geheel en P1 nog grootendeels. Van den nucleus pallidus worden echter de ventrale gedeelten van P2 en van P3 herkenbaar.

Daar er bovendien in de capsula anterior geen enkele vezel uit de frontale kwab is overgeschoten, ontbreekt de capsula interna er feitelijk en is het vooreinde van den thalamus hier secundair in vollen omvang geatrophiëerd.

Opmerkelijk is het, dat, bij deze omvangrijke verwoesting van het putamen en van het voorste stuk van den nucleus pallidus, zoodra de haard deze afdeeling vrij laat, er een wel vezelarm en klein, maar toch een typisch gebouwd stuk van P2 en P3 te voorschijn komt.

Bovendien is thans de uitbreiding van dit overschot van P3, daar er volstrekt geen capsula interna is, recht gemakkelijk te overzien. Deze omstandigheid is van belang, en in volgende sneden (fig. 563 en fig. 564) zal blijken van hoe groot belang zij is voor de kennis der grijze strooken in capsula interna en hersensteel, die niets met de capsula interna hebben uit te staan maar van den nucleus pallidus afhangen en tot aan de substantia nigra reiken.

In verband met oudere onderzoekingen van Kinnier Wilson, O. V o g t, Riese en anderen is hetgeen in fig. 562 gezien wordt zeer begrijpelijk. Het putamen zendt geen andere dan strio-pallidaire vezels uit. Vandaar de vezelarmoede in P2 en P3. De nucleus pallidus is echter een zeer zelfstandige kern en zoodra zij uit den haard vrij komt, zenden de groote cellen dezer kern, hun vezels op normale wijze in de ansa lenticularis of direct in het groote vezelveld, waaruit ook de pedunculus inferior thalami ontspringt en waarin verschillende vezelstelsels, bijv. voor het corpus subthalamicum, voor de substantia nigra, voor de roode kern en voor de strio-olivaire baan bijeenliggen.

Dit geheele pallidum-systeem is hier aanwezig, maar als een miniatuursysteem. Het is in sterke mate gereduceerd, gelijk vergelijking met de rechter zijde leert, maar het ontbreekt niet volkomen.

Men kan dus uit fig. 562 het besluit trekken, dat de vezelstraling uit de frontale hersenkwab volkomen is verdwenen (vergelijk ook Deel II, fig. 336). De vezelstraling uit den nucleus pallidus is tot een minimum gereduceerd, maar ontbreekt niet geheel. De voorste kernen van den thalamus zijn in verband met de sterke atrophie van den pedunculus inferior nagenoeg geheel verdwenen.

De gevolgen hiervan worden nu door de volgende teekeningen duidelijk gemaakt.

Fig. 563 is de afbeelding eener doorsnede (links No. 128, rechts No. 130) der reeks, welke het stamganglion, direct achter het foramen M o n r o i treft en aan de basis het corpus mammillare doorsnijdt. De columna fornicis descendens gaat daarin over en de bundel van Vicqd'Azyr ontspringt eruit.

Aan de normale zijde gaat de machtige capsula interna tusschen thalamus en striatum door en bereikt de hersenbasis.

De thalamus is grooter geworden. Er zijn meer kernen getroffen. De nucleus reticularis rust tegen de capsula interna, de voorste kern (n. ant. th.)

Sluiten