Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dorsaal van dit volkomen vezellooze veld, ziet men in den hypo-thalamus nog een betrekkelijk vezelrijk veldje naar de laterale thalamus afdeeling gaan. Ook deze vezels zijn aan de rechter zijde nog niet geraakt, omdat de thalamus samengeschrompeld is. Voor zoover zij een gesloten bundeltje vormen, zal het weldra duidelijk worden, dat zij de meest naar voren gelegen vezels van den rubro-corticalen bundel zijn.

Daartoe is het echter noodzakelijk de volgende afbeeldingen te beschouwen; allereerst die, welke in fig. 564 is weergegeven en beantwoordt aan No. 140 der reeks.

De daarin geteekende doorsnede treft de stam-ganglia door den overlangs geraakten bundel van V i c q d'A z y r, die aan de normale, rechter, zijde in den nucleus anterior thalami overgaat en aan de zijde van den haard, links, nagenoeg volkomen tot atrophie is gekomen.

Voorts treft zij beiderzijds het frontale einde van het corpus subthalamicum. In verband met het ontbreken van de frontale schorsstraling in de capsula interna heeft het frontale deel dier kern, links nagenoeg alle vezels verloren.

De weinige intacte vezels, die hier uit het atrophische veld van den fasciculus lenticularis in de ventro-mediale pool der kern naar binnen stralen, plaatsen zich langs de mediale grensvlakte van den nucleus subthalamicum. Aan de rechter zijde is deze toevoer veel machtiger en is de geheele kern ook veel grooter.

Aan de normale zijde is de capsula interna tusschen striatum en thalamus in gevat en gaat over in den pes pedunculi, thans vrij aan de oppervlakte.

De thalamus is in het middelst derde gedeelte getroffen. Zijn voorste kern (n. ant. th.) neemt den bundel van V i c q d'A z y r op. De reticulaire, laterale, mediale en ventrale kernen zijn grooter geworden, dan zij in fig. 563 waren.

De lenskern bereikt thans haar grootsten omvang en haar nucleus pallidus wordt nog altijd ventraal door de ansa lenticularis begrensd.

Het binnenste lid van den nucleus pallidus, P3, ligt hier grootendeels in den pedunculus cerebri. De extra-pedunculaire afdeeling er van is klein, de grijze strooken in den steel zijn machtig, cel- en vezelrijk. Zij zetten zich ver ventraal in den steel voort en naderen er de substantia nigra. Het is niet gemakkelijk een scherpe grenslijn tusschen strooken en zwarte kern vast te stellen. Toch meen ik niet dat zij samen één kern vormen. De substantia nigra ligt latero-ventraal van het corpus subthalamicum.

Voorts gaan de grijze strooken van P3 lateraalwaarts tot aan den nucleus hypo-lenticularis, welke zijn plaats tusschen tractus opticus en P2 heeft behouden, maar in deze snede eindigt.

Eindelijk grenzen de grijze strooken hier bijna onmiddellijk tegen den nucleus subthalamicus, omdat de groote toevloed van vezels uit het kamsysteem naar het veld h2 van Forel, te dezer hoogte heeft opgehouden.

Daarentegen wordt dit veld aan de normale zijde thans versterkt door

Sluiten