Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De latero-ventrale kern zendt dus de meerderheid van haar vezels naar de mediale afdeeling der thalamus-kernen en misschien ook een deel er van naar de temporale schors.

Anders is het met de dorso-mediale kern. In fig. 566 is er, als gevolg van verwoesting van de frontale en de pallido-rubrale bundels geen hilus. Als gevolg van het ongedeerd blijven van een deel der parietale schors-straling, is de latero-ventrale kern-partij wel sterk veranderd, maar gedeeltelijk aanwezig. De dorso-mediale kern, uitermate vezelarm, in fig. 566, omdat alle de door haar passeerende vezels weg waren, had daar echter, vooral wat de middelgroote cellen aanging, weinig geleden.

In fig. 569 is dit anders. De parietale schorsstraling is vernietigd, de latero-ventrale kernpartij is sterk beschadigd door secundaire atrophie en hier is het niet twijfelachtig, dat de dorso-mediale kern een sterk veranderde kern is. Wel gaan er veel intacte vezels met den intacten fronto-rubralen bundel mede, door de dorso-mediale kern heen en zoeken den hilus. Zij is daarom vezelrijker dan in fig. 566. Maar de celpraeparaten leeren, dat het celverlies in deze dorso-mediale kern zeer groot is. De dorso-mediale kern — dit is de vrucht der vergelijking van de beide laatst-beschreven waarnemingen met elkander — zendt: le. haar vezels ten deele naar de laterale en ventrale kern-partij van den thalamus, maar geeft 2e. vooral den oorsprong aan vezels van de roode kern naar den cortex cerebri, aan den rubro-parietalen bundel.

Ten slotte is er de centrale kern, die in fig. 566 niet was weer te vinden. In fig. 569 is er, ondanks het verlies van de pallido-rubrale vezels, in verband met het behoud der frontale vezels, een vrij belangrijk stuk van overgeschoten.

Het resultaat der in deze paragraaf beschreven pathologische veranderingen in de frontale verbindingen der menschelijke roode kern, na haarden in thalamus, hemispheer en nucleüs pallidus, is voldoende in overeenstemming met hetgeen de mergontwikkeling er van bij het kind van 4 maanden ons heeft geleerd.

Dit veroorlooft ons om deze verbindingen in een schema te vereenigen. In fig. 570 is een schematische voorstelling der frontale verbindingen der roode kern beproefd.

De roode kern is voorgesteld door twee elkander snijdende vlakken. De doorsnede A, op de grens van het middelste en caudale derde gedeelte der roode kern, treft haar in een vlak loodrecht op den hersensteel.

De doorsnede B staat daarop onder een hoek van 60—70°, snijdt door snede A, langs den dorsalen rand der roode kern, volgens F 1 e c h s i g's sneerichting, loodrecht op de hersenbasis.

De efferente, uit de roode kern ontsprongen verbindingen, zijn rood geteekend. De afferente, naar de roode kern toevoerende verbindingen, zwart of gestippeld. De volgende verbindingen zijn geteekend:

le. De dorso-mediale kern zendt een stevigen bundel naar de parietale hersenschors. Deze verlaat de kern langs haar dorsalen mergmantel, kruist

Sluiten