Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Frontaal kan de latero-ventrale kern bij zulke haarden teniet gaan, het caudale gedeelte er van ondergaat geen of veel minder sterke veranderingen. Evenzoo is het in de beide andere kernen. Maar het relatief weinig veranderde deel der centrale kern reikt verder frontaalwaarts dan dit deel der latero-ventrale, en het betrekkelijk weinig veranderde deel der dorsomediale kern wordt nog verder frontaalwaarts aangetroffen. De hemispherenlaesie, gaat, zooals Dejerine terecht beschreef, scheef door de roode kern.

Tengevolge van deze verhoudingen wordt het mogelijk, — nadat de studie der zeer veranderde dorso-frontale afdeelingen der roode kern volgens F o r e 1 's snee-richting (fig. 565, fig. 566) verricht is — het caudale gedeelte ervan nog volgens M e y n e r t's sneé^richting te onderzoeken.

In dit van den bind-arm afhankelijk gedeelte bepalen zich de veranderingen in hoofdzaak tot die, welke wij als tertiaire atrophie opvatten.

Aldus wordt in fig. 571 een doorsnede geteekend door het caudale einde der roode kern, getroffen volgens Meynert's snee-richting, uit dezelfde hersenen, waarvan de dorso-frontale afdeeling der roode kern, volgens 1' o r e 1 s snee-richting in fig. 565 en in fig. 566 is afgebeeld. Bij den eersten oogopslag schijnt het, alsof de twee roode kernen, in dit caudale gedeelte, niet heel veel van elkander verschillen. Nauwkeurig onderzoek leert echter anders.

De linker kern (fig. 571 L) is in haar geheel kleiner1).

De snede treft hier beiderzijds vooreerst den nucleus ventro-lateralis. Deze is links (fig. 571. n. ve. lat.) niet onbelangrijk kleiner dan rechts, vooral in de laterale afdeeling. Maar er is geen noemenswaard verschil aan weerszijden in de beiderzijds aanwezige middelgroote cellen. Alle vezelbundels er in zijn links smaller dan rechts. Hetzelfde is met den nucleus centralis het geval (fig. 571. n. ce.).

In het dorso-mediale veld, beiderzijds nog niet tot een gelatineuse dorsomediale kern geworden, maar opgebouwd uit een dicht veld van vezels der witte kern met weinig grijze strooken er tusschen (verg. fig. 547 en fig. 548) zijn aan de linker zijde niet alleen de vezelbundels smaller, evenals in de andere kernen, maar een groot aantal vezels zijn verdwenen.

Naast bind-arm-vezels, en zij vormen de meerderheid, die in de verschillende roode-kern-afdeelingen blijven, bestaan er bind-arm-vezels, die ononderbroken door de roode leem heengaan, en bij groote defecten verdwijnen. Het meerendeel dezer vezels gaat door het gebied der dorso-mediale kern en door het dorso-mediale merg.

Deze vezels hebben wij bij het konijn reeds ontmoet (deel III, fig. 493). Daar eindigen zij in den thalamus. Bij den mensch gaan zij niet alleen daarheen maar ook naar de parietale en temporale hersenschors. In snee-reeksen uit hersenen, van welke de parietale kwab geheel was teniet gegaan (fig. 567—569) is het verlies van vezels in het dorso-mediale mergveld nog veel aanzienlijker dan in fig. 571.

») De reeks doorsneden werd hier omgekeerd opgeplakt. De linker zijde, die overal met L is gemerkt, ligt dus aan de rechter zijde, en dit is, in alle teekeningen, tot aan fig. 578, het geval.

Sluiten