Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

oblongata. Nadere studie, eener door M a s u d a reeds beschreven, vernietiging van het caudale einde der rechter roode kern, leerde von Monakow een sterke atrophie van groote cellen (Hauptzellen) kennen in de dorso-mediale kern van den gekruisten, linker, nucleus ruber. Omtrent het einde van dien bundel is echter weinig bekend.

De in de vorige bladzijden beschreven gevallen geven evenwel aanhechtingspunten voor de meening, dat er naast deze gekruiste wegen ook belangrijke gelijkzijdige verbindingen tusschen roode kern met het tegmentum van V a r o 1 's-brug, medulla oblongata en ruggemerg bestaan. Men kan al in fig. 571 zien dat, latero-dorsaal van de roode kern, tegen haar dorsale mergveld aan en er mee samenhangend, lateraal van den fasciculus longitudinalis posterior, een omvangrijk vezelveld gevonden wordt. Het is in fig. 571, rechts benoemd als tractus pallido-tegmentalis (tr. pall. te.).

Ook in fig. 548, 549 en 550 kan men dit veld weervinden, dat zich in het frontale mergveld der roode kern frontaalwaarts voortzet (fig. 550. tr. pall. te.). Dan gaat het verloren tusschen de menigte aanvoerende en afvoerende vezels, die met de roode kern verbindingen maken. Caudaalwaarts gaat dit veld geleidelijk over in den tractus centralis tegmenti of den centralen lintbundel (Bechterew), een naam, dien men aan het weinig scherp omschreven veld midden in het tegmentum gegeven heeft (fig. 572. A—D). De vezels, die door Wallenberg vereenigd zijn onder den naam van tractus strioolivaris of strio-olivairen bundel, waarmee dan een pallido-olivaire bundel bedoeld wordt, maken er deel van uit (fig. 574—577). Bij de omvangrijke vernietiging van het striatum, inclusief van den nucleus pallidus, die in fig. 562—566 werd afgebeeld, heeft dit veld aan de gelijknamige, linker zijde (fig. 571 links) het grootste aantal efferente vezels uit den nucleus pallidus verloren.

Dit veld, waaraan voorloopig de nietszeggende naam van tractus pallido-tegmentalis gegeven is, blijkt echter een zeer samengesteld veld te zijn. Bij nauwkeuriger toezien onderscheidt men er twee afdeelingen in. De dorso-laterale is opgebouwd uit een aantal geïsoleerde bundels, door smalle grijze strooken van elkander gescheiden. In de ventro-mediale af deeling mist men die grijze strooken. De fijnere vezels dezer afdeeling vormen met elkander een massief vezelveld, dat met het frontale mergveld der roode kern samenhangt.

Het vezelverlies in den tractus pallido-tegmentalis (fig. 571. links) blijkt in de ventro-mediale afdeeling vooral, zeer intensief te zijn. Er is daarvan te dezer plaatse al heel weinig overgeschoten, de vezels zijn er bijna alle uit verdwenen. Ook de dorso-laterale afdeeling is (fig. 571. links) in sterke mate verkleind, maar er zijn daarin nog een aantal geatrophiëerde bundels aanwezig.

Uit de volgende figuren (fig. 573—fig. 578) blijkt, dat het massieve fijnvezelige vezelveld van den tractus pallido-tegmentalis, door den tractus centralis tegmenti heen, regelmatig kan vervolgd worden tot in den mergmantel van den nucleus olivaris inferior. Dit is dan de door Wallenberg

Sluiten