Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Rechts (fig. 576. tr. pall. tegm. -f- tr. ru. tegm.) dringen de bundeltjes in een omvangrijken nucleus funiculi lateralis door, links (fig. 576. tr. pall. te. atr.) is het aan dien bundel grenzend deel van den nucleus funiculi lateralis klein en geatrophiëerd.

Het rubro-spinale veld, dat langs den medio-ventralen rand van den tractus spinalis N. V is geplaatst, nadert echter meer en meer den dorsalen rand van het laterale gedeelte der zijstreng-kern.

Dit veld is rechts atrophisch (fig. 576. B. tr. ru. sp. atr.) en grenst aan een atrophisch deel der zijstreng-kern.

Dientengevolge komen er eigenaardige verhoudingen. Van den rechter nucleus funiculi lateralis, d. w. z. van zijn laterale afdeeling, is de ventrolaterale helft, onder den invloed van een normalen tractus pallido-rubroreticularis grooter en vezelrijker dan links; onder den invloed van het geatrophiëerde rubro-spinale veld en van den tractus rubro-tegmentalis cruciatus wordt de dorso-laterale afdeeling der zijstrengkern aan de rechter zijde atrophisch en vezelarm.

Links zijn die verhoudingen omgekeerd.

De innervatie der zijstreng-kernen en bepaaldelijk van haar laterale afdeelingen, vindt dus, voor zoover zij uit pallidaire en rubrale vezels geschiedt, gekruist en ongekruist plaats.

Bij den mensch moeten dus in het rubro-spinale veld, andere, voor de zijstreng-kern bestemde vezels loopen, dan de rubro-spinale vez'els uit de pars magno-cellularis alleen, en het ligt voor de hand de onderstelling te maken, dat deze vezels voortkomen uit den tractus rubro-tegmentalis cruciatus van von Monakow, en door den tractus centralis tegmenti naar de zijstrengkern worden geleid. Dit geschiedt zeker niet in die mate bij honden, katten of konijnen.

Voor deze onderstelling pleit veel. Vooreerst is het veld van den rubrospinalen bundel bij den mensch veel te groot, vergeleken met de reductie der pars magno-cellularis. Ten tweede is de overeenkomst in bundel-structuur tusschen dit veld en den homolateralen tractus pallido-rubro-reticularis zeer groot. Ten derde bestaat een verwantschap in beider verhouding tot den nucleus funiculi lateralis. Ook pleit daarvoor de omstandigheid, dat de tractus centralis tegmenti der rechter zijde in fig. 574—576 als normaal beschreven, toch bij vergelijking met normale praeparaten, veel kleiner is, dan zij in normale praeparaten pleegt te zijn.

Den meesten steun echter krijgt die onderstelling, als men den loop der twee gelijkzijdige pallido-rubro-tegmentum-bundels bestudeert, nadat de nuclei olivares inferiores en de nuclei funiculi laterales zijn voorbijgegaan en hun overschot in caudale richting verder wordt gevolgd.

Fig. 577. A geeft daaromtrent reeds belangrijke aanwijzingen. In deze doorsnede door het caudale einde der olijf-kernen, ter hoogte van de decussatio der lemnisci, vindt men de beide bundels tusschen het laterale stuk der mediale olijf kern en den voor hoorn der medulla spinalis.

WINKLER IV. 10

Sluiten