Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het was wel te voorzien, dat de substantia nigra door verschillende onderzoekers, geheel of gedeeltelijk in verband zou worden gebracht met al de omliggende kernen en daarvan zou worden afgeleid. Dit is ook inderdaad het geval.

Sommigen brengen, althans haar medio-distale gedeelte, met de ponskernen in verband. A m a 1 d i bijv. meent de gepigmenteerde cellen door de nuclei pontis heen, tot in den locus coeruleus te kunnen vervolgen. Hij ziet in den locus coeruleus en in de zwarte kern samen een functioneele eenheid, die van de stamganglia tot aan de oblongata reikt.

Weer anderen zien in de zwarte kern, althans in haar caudo-dorsale afdeelingen een uitgroeiing van de reticulaire tegmentum-kernen. S a n o vertoont neiging die richting te gaan.

M i r t o ziet in de zwarte kern een uitgroeisel van den nucleus pallidus, die uit de grijze strooken van p3 in de capsula interna, waarmee zij samenhangt, overgaat.

Zeer bijzonder is de door S p a t z verdedigde meening. Hij steunt daarbij op de groote hoeveelheid ijzer, die zoowel in den nucleus pallidus als in de substantia nigra wordt gevonden. Toont men langs chemischen weg het daarin opgehoopte ijzer aan, dan blijken nucleus pallidus en substantia nigra een samenhangend kerngebied, dat meer ijzer bevat, dan ergens anders in het zenuwstelsel in eenig kerngebied wordt gevonden.

Om de beschrijving der substantia nigra te vergemakkelijken, heeft S a n o haar in twee lagen verdeeld, in een vezelrijke celarme ventrale, en in een minder vezelrijke, maar celrijke dorsale laag.

De ventrale af deeling breidt zich in netvormige grijze strooken uit tusschen de vezels van den hersensteel. De béide pontine bundels en andere stelsels van het stratum intermedium worden daar aangetroffen. Zij is dientengevolge vezelrijk, maar celarm. Sedert Sano noemt men die laag: de area reticulata substantiae nigrae. Cellen ontbreken in deze niet, maar liggen ver uiteengespreid in de grijze reticula.

De dorsale af deeling, de area compacta substantiae nigrae wordt door een kenmerkende gelatineuse grondsubstantie gevormd. Daarin liggen de talrijke cellen groepsgewijze bijeen. Daarin worden tevens zeer vele, maar veel fijnere vezels, van het stratum intermedium aangetroffen.

Die indeeling is algemeen aangenomen.

Ook de cellen, die in de zwarte kern worden aangetroffen, hebben in hooge mate de aandacht der zoekers tot zich getrokken. Sedert Mingazzini is men het er over eens, dat de cellen in twee lagen zijn geschikt. De dorsale wordt gevormd door pyramide-vormige cellen, met de basis ventraalwaarts gekeerd. In de ventrale vindt men, naast deze pyramide, ook veel atypische cellen.

Latere onderzoekers, M i r t o, Amaldi, C a j a 1, bevestigen allen, dat de axonen dezer cellen zeer rijk zijn aan collateralen, dat cellen van het 2de type van G o 1 g i er niet in voorkomen en dat de meeste axonen in het tegmentum overgaan.

Sluiten