Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

In een zeer nauwkeurige studie over de substantia nigra heeft J u 1 i u s B a u e r beproefd, orde te brengen in de celgroepeeringen, die men in de substantia nigra en meer bepaald in de area compacta vindt.

Hij onderscheidt een mediale groep, die ver caudaalwaarts, een laterale celgroep, die eveneens, al is het dan niet zoo ver als de mediale, aan het caudale einde wordt gevonden. Tusschen beide in ligt een intermediale celgroep. Aan het caudale einde vindt men haar nog niet, hooger op neemt zij snel in omvang toe, kan daar zelfs in een dorsale en in een ventrale afdeeling worden onderscheiden. Aan het frontale einde schiet alleen de intermediale celgroep over.

Ofschoon die beschrijving wel in velerlei opzicht beantwoordt aan hetgeen men bij verschillende dieren en vooral aan hetgeen men bij den mensch ziet, is de cel-verspreiding in de zwarte kern te samengesteld en van te vele verbindingen afhankelijk om in zulk een globaal schema te kunnen worden geperst.

Juist over de verbindingen, die de substantia nigra met andere maakt zijn de meeningen zeer verdeeld. Von Monakow rekent haar tot de hemispheren-kernen, die na wegneming der hemispheer verdwijnt, en naar mijn meening heeft hij gedeeltelijk gelijk. D é j é r i n e meent, dat de vezels van den hersensteel, als zij de substantia nigra passeeren, plaatselijk er mee in aanraking komen. Ook dit is, naar mijn meening, juist. M i r t o, S p a t z en onlangs ook F e r r a r o meenen, dat de substantia nigra afhangt van het striatum; wat evenzeer een deel der waarheid in zich sluit. B a u e r, Spitzer, Karplus en Sano verdedigen krachtige verbindingen met het mesencephalon.

Het meeningsverschil is dus groot genoeg. Al de genoemde schrijvers voeren krachtige argumenten aan, die voor hun meening pleiten en tot op zekere hoogte hebben allen gedeeltelijk gelijk.

De zwarte kern is nog geenszins zoo goed bekend, vooral niet, wat haar verbindingen betreft, om al te rechtvaardigen, dat daaraan bepaalde physiologische beteekenis wordt gehecht.

Desondanks zijn er ook vaststaande verbindingen aan te wijzen, die de substantia nigra, evenals de roode kern, ieder een eigen, maar tevens een zeer bepaalde plaats aanwijzen in het geheel van samenwerkende stelsels, ontsprongen uit mesencephalon, striatum, cerebellum en hersenschors. Daardoor kan dit gebied grooten invloed oefenen op den tonus der spieren.

b. De zwarte kern bij lagere zoogdieren. Haar verbindingen met het mesencephalon. De mesencephale afdeeling der zwarte kern of het palai o-n igrale gebied.

De studie der substantia nigra zal hier begonnen worden met een onderzoek van het caudale gedeelte der zwarte kern bij den mol. In verband met het gemis der oogen, zijn bij dit diertje eenige bijzonderheden zeer duidelijk

Sluiten