Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

d. HA.). Zij loopen dan tevens tusschen talrijke, veelhoekige, middelgroote cellen door, die deels tusschen ganglion pedunculare en lemniscus, dorsaal van den pedunculus mammillaris zijn gelegen, deels tusschen de vezels van den lemniscus zijn ingeschoven, deels eindelijk overgaan in een cellaag langs den dorsalen rand der area reticularis substantiae nigrae geplaatst. Deze cellen vormen met elkaar een mediale kern in de caudale afdeeling der substantia nigra, die, naarmate de lemniscus zich in dorsale richting verplaatst (zie ook fig. 583. B), inniger met de area reticularis samenhangt, maar geleidelijk overgaat in een lateraal gerichten uitlooper langs den dorsalen rand der substantia nigra, welke tot in de area compacta reikt.

Ditzelfde zag men overigens ook in het cel-praeparaat van den mol (fig. 580). Want in deze mediale celgroep en haar dorso-medialen uitlooper vindt men dergelijke middelgroote veelhoekige cellen als in de laterale celgroep.

Bij het konijn wordt echter het mediale gebied naast de substantia nigra (evenals bij de meeste dieren, die in het bezit zijn van voor het optisch zenuwstelsel nog belangrijk mesencephalon) gecompliceerd door het binnentreden van den tractus peduncularis transversus.

Tusschen pes pedunculi en pedunculus mammillaris dringt deze bundel (zie fig. 582. A) den hersensteel binnen, slaat zich om den medialen hoek van de substantia nigra heen en loopt langs haren dorsalen rand verder. Hij gaat dwars door de bovenbeschreven mediale kern heen en wordt door haar lateralen uitlooper vergezeld. Hij geeft vezels aan deze kernen af. C a j a 1 laat hem grootendeels in dien lateralen uitlooper eindigen, dien hij tot de roode kern rekent.

De tractus peduncularis transversus gaat echter niet met de roode kern, maar in nog veel sterker mate verbindingen aan met de substantia nigra. Even caudaal van de intrede van dezen bundel in den hersenstam, komt er in de substantia nigra een zeer belangrijke verandering tot stand, omdat vrij plotseling, tusschen laterale en mediale kern in, een nieuw gebied naar den voorgrond treedt.

Een ronde kern ontstaat vrij plotseling tusschen beide kernen in de area compacta en doet de area compacta dorsaalwaarts uitpuilen (fig. 582. A). Zij dringt den lateralen uitlooper der ventrale kern ter zijde en is in deze teekening met den naam: nucleus intermedius substantia nigrae aangegeven.

Weiger t-praeparaten leeren al, dat de tractus peduncularis transversus ook daarheen vezels afgeeft.

Op dat oogenblik bestaat de zwarte kern dus uit onderscheiden kernen:

a. den nucleus medialis met haar dorso-lateralen uitlooper;

b. den nucleus lateralis, uit welken de fibrae nigrae-mesencephalae ontspringen;

c. den nucleus intermedius.

Men kan evenwel den tractus peduncularis uitschakelen. Hij verdwijnt beiderzijds, als men beide oogbollen, kort na de geboorte exstirpeert (v o n

Sluiten