Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Want daar leert de pathologische anatomie afdoende, dat groote striatumhaarden volstrekt niet voeren tot algemeen celverlies in de frontale afdeelingen der zwarte kern. Dit was al gebleken bij de groote haarden, die in fig. 564—570 zijn afgebeeld. Ondanks de vernieling van het grootste deel van het striatum, zelfs als het, zooals daar het geval is, gepaard ging met een omvangrijk verlies van de hemispheer, bleven er in de substantia nigra cellen over. In het eene geval was naast het striatum de frontale en temporale straling der hersenen vernield, in het andere geval de parietale straling en overeenkomstig daarmee verschilde de plaatsing der overgebleven cellen in het neo-nigrum.

Het ligt dus voor de hand de vraag te stellen, of de cellen der zwarte kern. die afhangen van liet striatum, een andere localisatie bezitten dan die, welke van de hemispheer afhangen, dan wel of zij diffuus door alle kernen heen zijn verspreid. Om die vraag op te lossen wordt eerst mededeeling gedaan van de gevolgen, die een kleine haard in het striatum heeft op de cellen der menschelijke zwarte kern.

De in fig. 592 geteekende haard heeft langer dan een jaar bestaan, is subacuut ontstaan en gaf een stationnair ziektebeeld. Matige, halfzijdige stijfheid met eigenaardige meêbewegingen in de linker lichaamshelft met linkszijdige half-blindheid. Vier schetsteekeningen geven een voldoende uitbreiding van den haard, wiens frontale einde in fig. 592. A (135) wordt geraakt. Deze snede gaat door het infundibulum en te dezer plaatse is de haard streng gelocaliseerd in den nucleus pallidus.

In fig. 592. B (104) dringt de haard voort in de richting van den tractus opticus, maar blijft nog in hoofdzaak tot den nucleus pallidus beperkt.

De snede gaat thans door het corpus mammillare.

De grootste uitbreiding bereikt de haard in fig. 592. C (75), waar hij den tractus opticus bijna geheel vernielt. In geringe mate dringt hij ook in de capsula interna, maar daar de snede ook door de pars intermedia en hersensteel gaat, vrij ver naar achter. In elk geval heeft de haard geen aanleiding gegeven tot degeneraties in den hersensteel.

Ten slotte eindigt de haard in den carrefour sensitief, zooals de meest occipitaalwaarts vallende snede door de corpora geniculata, in fig. 592. D (32) duidelijk doet zien.

Deze haard wordt gevolgd door belangrijk celverlies over de gansche lengte der zwarte kern. Een scherpe localisatie kan men dit celverlies niet toewijzen. Celverlies wordt in alle kernen van het neo-nigrum gevonden, maar niet overal even intensief. Twee kernen hebben betrekkelijk weinig geleden. In de mediale kern zijn verreweg de meeste cellen bewaard gebleven en ook in de ventrale afdeeling der intermediaire kern is het celverlies niet belangrijk. Daarentegen heeft de laterale kern de meerderheid van de cellen verloren en in de dorsale afdeeling der intermediaire kern is wellicht het celverlies nog veel grooter dan in de laterale kern.

De foto in fig. 593 geeft hier een afbeelding van. Zij is genomen op de grens tusschen het caudale en middelste derde deel der zwarte kern, met

Sluiten