Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de ventrale kernen van het neo-nigrum. De intermediaire kern is nagenoeg

geheel verdwenen.

De hier beschreven feiten kan men samenvatten in de stelling: De cellen der zwarte kern, die behooren bij de frontale, parietale of temporale steelstraling, grenzen aan en liggen verdraai in de zwarte kern, dicht bij die stralingen. De cellen, welke bij het striatum behooren, worden dorsaalwaarts er van gevonden. Maar langs welke wegen, de axonen der cellen van de zwarte kern het striatum of den cortex cerebri bereiken, daaromtrent is heel weinig bekend.

Toch is deze vraag van groot belang.

Zij voert ons terug naar de in hoofdstuk IX behandelde vezel-systemen, die uit de opercula ontsprongen, in neerdalende richting degenereeren en uit den hersensteel in den lemniscus overgaan.

De twee lemniscus-stelen van D é j é r i n e loopen in het striatum intermedium der substantia nigra en geven (zie ook fig. 344) aan die kern vezels af.

In hoofdstuk IX is dan ook een deel der substantia nigra beschouw d als een kern, ingeschakeld tusschen deze vezel-systemen en de kernen van de lilde en IVde hersenzenuw, op soortgelijke wijze, als een deel der nuclei reticulares pontis was ingevoegd tusschen hen en de kernen der Vide en Vilde hersenzenuw.

Na hetgeen in deze paragraaf werd behandeld, ligt het voor de hand, dat daarvoor uitsluitend dat deel der kern in aanmerking komt, dat hier als palaio-nigrum is behandeld.

De in hoofdstuk IX behandelde centrifugale verbindingswegen uit de opercula zijn ten deele verbindingswegen uit phylogenetisch jongere afdeelingen van het zenuwstelsel met dit palaio-nigrum.

Maar de zwarte kern is een zeer ingewikkelde kern en wat in hoofdstuk IX omtrent die zoogenaamde verdwaalde pyramiden-stelsels is meegedeeld, bedoelde slechts een eerste kennismaking met dit ingewikkelde vezel-geheel te zijn en was uitermate onvolledig.

Immers die systemen omvatten veel meer dan de beide pedunculi lemnisei van D é j é r i n e. Bepaaldelijk het laterale vezelveld in het stratum intermedium der zwarte kern, D é j é r i n e's pedunculus profundus lemnisei of Schlesinger's latero-pontine bundel is een zeer ingewikkeld stelsel, veel samengestelder van bouw dan deze onderzoekers het zich hebben gedacht. Men vindt dit vezelveld in alle doorsneden der zwarte kern bijv. in fig. 548, 549, 550. Men ziet in fig. 548 wel, dat een deel der laterale steelvezels door dit veld heen naar den lemniscus medialis gaat, maar nog veel grooter is het aantal vezels, dat uit de centrale af deeling der steelvezels daarheen gaat.

Trouwens ook in de oorspronkelijke figuren van D é j é r i n e (verg. fig. 344), en van Schlesinger, alsook in alle figuren (fig. 342 A, fig. 343), die bij de beschrijving der aberreerende pyramiden bespreking vonden, is tweeërlei oorsprong dezer vezels, uit de laterale en uit de centrale steel-

Sluiten