Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ook Forel is die meening toegedaan, als hij in meer caudale sneden een groot aantal dezer vezels in den thalamus laat overgaan (onze rubrothalamische vezels, de bundel BATli van F o r e 1).

Meer proximaal, terwijl nog altijd de straling in den thalamus voortduurt, volgt dan het eigenlijke veld k van Forel in engeren zin.

Daarmee hangen samen:

1°. F o r e I's bundel h1, of de fasciculus thalamicus hypothalamici (Déj érine), die ten deele overgaat in de lamina medullaris ventralis thalamici, ten deele vezels werpt in de capsula interna (naast onze rubrothalamische vezels, ook rubro-corticale vezels cf. pag. 12 fig. 504).

2°. F o r e I's bundel h2, of de fasciculus lenticularis hypothalamici (Déj erin e), die in en met de kapselvezels van het corpus subthalamicum, als een ventrale bundel verder loopt.

De oorsprong dezer vezels uit de frontale hersenen en via het kam-systeem uit het striatum is eveneens in de vorige paragraaf uiteengezet (cf. pag. 12 en 142 fig. 504 en 563).

Tusschen beide in transversale richting getroffen bundels, h1 en h2, vindt men de zona incerta van Forel, die lateraal met den thalamus (Gitterschicht) samenhangt en mediaal tot de substantia grisea centralis reikt. Zijn echter de velden h, h1, h2, voorbijgegaan, dan grenst de zona incerta direct aan de lamina medullaris ventralis thalami.

Men vindt dezen bouw bij alle zoogdieren terug. Konijn (fig. 589, fig. 598), hond (fig. 599. A, fig. 601), bezitten die structuur evenzeer als aap (fig. 600) en mensch (fig. 596).

Maar de hypothalamus en vooral het corpus subthalamicum zijn bij den mensch relatief en absoluut omvangrijker dan bij de andere zoogdieren.

C a j a 1 heeft terecht in de zeer cellenrijke zona incerta een eigen kern beschreven, een onregelmatig begrensde ophooping van middelgroote multipolaire cellen, waaraan hij den naam geeft van nucleus zonae incertae (zie fig. 598). De cellen zijn van anderen bouw en gedragen zich ook anders dan de cellen van den nucleus van L u y s. Men noemt deze kern ook wel de kern van C a j a 1.

De bestanddeelen van de regio subthalamica, tusschen lamina medullaris ventralis thalami en capsula interna of hersensteel gevonden, zijn derhalve:

1°. de nucleus subthalamicus of de kern van L u y s;

2°. het frontale merg der roode kern met het veld h van F o r e 1 en de twee uitloopers er van: de fasciculus thalami hypothalamici (hi), en de fasciculus lenticularis hypothalamici (h2);

3°. de zona incerta met den nucleus zonae incertae of kern van C a j a 1.

Er is in de vorige paragraaf reeds zoo veel over de sub 2° genoemde velden, over het frontale merg der roode kern en de velden h, h1 en h2 geschreven, dat zij in het hier bedoelde plan slechts bijkomstig worden behandeld. Daarentegen moeten nog enkele bladzijden gewijd aan de beschrijving van de kern van L u y s en van de kern van C a j a 1.

Sluiten