Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

b. Nucleus subthalamicus en nucleus zonae incertae.

Het caudale einde van den nucleus subthalamicus werd bij liet konijn in fig. 589 reeds geteekend. In fig. 598 is nu bij hetzelfde dier een doorsnede door het midden derzelfde kern afgebeeld, zoowel naar een vezel-praeparaat, als naar een cel-praeparaat.

Zoodra de substantia nigra (fig. 598 a1, a2 en 61) haar frontale einde nadert, sluit zich de hypothalamus daaraan, geplaatst tusschen hersensteel en thalamus. De hypothalamus dringt van lateraalwaarts in mediale richting voort. Hij wordt te dezer hoogte gevormd door de kern van L u y s (fig. 598. A. n. subth.) en de zona incerta (fig. 598. z. ine.).

Bij het konijn bezit de nucleus subthalamicus nog niet den volkomen regelmatigen spoelvorm, zooals bij den hond (fig. 599. A), bij den aap (fig. 600) en den mensch (fig. 569). De ventrale grenslijn der kern is bij het konijn tegen den pes pedunculi ingebogen. Zij doet zich voor als een tegen den hersensteel gekartelde rand, omdat de kern door een reeks naast elkander gelegen vezelstrengen, die dwars door den hersensteel heengaan, met het striatum wordt verbonden.

Bij het konijn dringt echter het striatum, evenals bij alle andere lagere zoogdieren en bij den mensch, ver caudaalwaarts met grijze strooken in den hersensteel voort.

In de hier geteekende figuur 598. A, vindt men het striatum in twee stukken gesplitst. Ten deele ligt het tusschen radiatio optica (fig. 598. a. rad. opt.) en hersensteel. Aldus ventraal van den hersensteel gelegen, komt dit gedeelte, zoodra eenige sneden frontaalwaarts de gezichtsstraling in het corpus geniculatum laterale is overgegaan, als p3 van den nucleus pallidus ventro-lateraal van de capsula interna voor den dag.

Voor een ander deel ligt de p3 van den n. pallidus als een door vezelstrooken doorboorde grijze massa tusschen de vezelbundels van den hersensteel in. Aldus komt het overeen met soortgelijke grijze strooken in den menschelijken hersensteel, die caudaal tot aan de substantia nigra voortloopen. Ook deze door ons tot p3 gerekende af deeling van het striatum vindt men in fig. 598. A terug.

Beide striatum-afdeelingen zijn door vezelrijke strooken met den nucleus subthalamicus verbonden en die strooken bepalen de karteling van de ventrale grens vlakte dezer kern.

Naar die verbindings-strooken richten zich ook de vezelbundels in het stratum intermedium der zwarte kern, die wij in de vorige paragraaf hebben leeren kennen, onder den naam van «-bundels (fig. 588 en 589 x).

Bij het konijn is dus een deel terug te vinden van datgene, wat wij bij den mensch hebben beschreven onder den naam van kam-systeem. Het gaat uit van p3 van den nucleus pallidus, deels in, deels lateraal van den hersensteel. Dit stelsel brengt o. a. den nucleus pallidus zoowel met de zwarte kern als met den ventralen rand der kern van L u y s in oogenschijnlijk directe verbinding.

Sluiten