Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bundel (fig. 599. A. h2) verschijnen, die met den fasciculus lenticularis hypothalami gelijk mag worden gesteld, en die bij alle hoogere zoogdieren wordt weergevonden.

In den hypothalamus ziet men verder de frontale mergstraling uit de roode kern, waarheen zoowel de fasciculus lenticularis (fig. 599. A. h2), als de fasciculus thalamicus hypothalami (fig. 599. A. h1) convergeeren. Tusschen beide bundels in vindt men de zona incerta met haar kern van C a j a 1.

Deze doorsnede heeft dus zeer veel overeenkomst met de doorsneden, die door den hypothalamus van den mensch in fig. 566 en in fig. 569 zijn afgebeeld.

Yentraal begrensd door den nucleus subthalamicus en de capsula interna, dorsaal door den fasciculus thalamicus (hl van F o r e 1) en de stria medullaris ventralis thalami, ligt dan de zona incerta met haar kern, die lateraalwaarts voortschrijdt tot aan den nucleus reticulatus thalami en het corpus geniculatum laterale. Mediaalwaarts reikt zij tot aan het frontale merg der roode kern.

Ook bij den aap zijn de verhoudingen dezelfde als bij den hond en bij den mensch.

Als voorbeeld is in figuur 600 een doorsnede geteekend van den hypothalamus naar een Weiger t-praeparaat van Macacus Rhesus. Men kan daarbij volstaan met dezelfde beschrijving als die, welke van den hond gegeven is. In dit vezel-praeparaat vindt men eveneens de kern van L u y s dorsaal van de capsula interna en van de substantia nigra. Zij is verbonden met de vezels, die uit den globus pallidus dwars door de capsula interna en door de substantia nigra heen, in de kern van L u y s overgaan (verg. het kamsysteem bij den mensch). Zij is door den fasciculus lenticularis hypothalamicus (fig. 600. h2) dorsaal begrensd en daardoor afgescheiden van de zona incerta. Men herkent daarin de kern van C a j a 1 en den fasciculus thalamicus hypothalami (fig. 600. h1). Kortom al haar afdeelingen zijn bij het konijn, bij den hond, bij den aap, op geheel overeenkomstige wijze gebouwd als bij den mensch.

Voordat wij thans den invloed van groote hersenen en kleine hersenen op de kern van L u y s gaan bestudeeren, merken wij op, dat de kleine hersenen geenerlei invloed noch op het vezel- noch op het cel-praeparaat dezer kern uitoefenen. In figuur 602 is een photo afgebeeld van een cel-praeparaat van een hond, die zes maanden zonder cerebellum heeft geleefd. Er verdwijnen dan in die kern noch vezels, noch cellen, zij kan als een normale kern van L u y s gelden en mag als een normaal cel-praeparaat dezer kern beschouwd worden. Trouwens ook de teekening in fig. 600 was ontleend aan het zenuwstelsel van een Macacus, die een jaar zonder cerebellum had geleefd.

Bij konijn, hond, aap en mensch is ook het cellen-beeld der kern vrij gelijkmatig en bij allen op dezelfde wijze gebouwd. Langgerekte, smalle, spoelvormige middelgroote cellen, met haar lange afmeting transversaal geplaatst; zijn, samen met zeer kleine cellen, gelegen in gelatineuse tusschenstof, rijk aan fijne merghoudende vezels, die zich met karmijn intensief kleurt.

Sluiten