Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rijke rol moet spelen, in de eerste plaats voor de rangschikking van bewegingsimpulsen, en wel van bewegings-impulsen, die in cerebellum, striatum en cortex verwerkt en dus zeer hoog georganiseerd zijn. Deze impulsen moeten vereenigd worden tot samenwerking, verschillend en wisselend in elke tijdseenheid, maar toch moeten zij streng noodzakelijk bepaald zijn, wat tonus en tijdsorde betreft, om den geschikten, in hoofdzaak tonischen, grondslag te geven voor de corticale (willekeurige) bewegingen. Deze kunnen zich zonder dien grondslag niet juist uiten. Zij gebruiken hem, als noodzakelijke voorwaarde voor hun ontstaan, maar, zij spelen zich volkomen onafhankelijk van hem af, langs andere (cortico-spinale) stelsels.

Dit alles wil dus zeggen, dat de roode kern een groote rol moet spelen bij het evenwichts-behoud, den opgerichten gang en bij eiken vorm van locomotie.

Op verschillende wijzen komt dan de functie der roode kern tot uiting.

Vooreerst leert men uit de experimenteele resultaten bij R a cl e m a k e r's doorsnijding der kruising van Forel verkregen, dat door vernietiging der rubro-spinale bundels, algemeene stijfheid in de spieren te voorschijn komt.

Deze spier stijfheid schijnt in de eerste plaats afhankelijk van het gemis van het palaio-rubrum en is vooral bij die dieren duidelijk, bij welke het palaio-rubrum overweegt boven het neo-rubrum.

Naarmate echter het cerebellum en cerebrum in omvang toenemen, ziet men het neo-rubrum zich ten koste van het palaio-rubrum ontwikkelen, zoodat men het palaio-rubrum bij den mensch in sterke mate gereduceerd vindt.

Het is opmerkelijk, dat na wegneming van het cerebrum en cerebellum, een intensieve hypertrophie van ditzelfde palaio-rubrum wordt waargenomen, dat in Rademake r's experimenten wordt buitengesloten. De verklaring daarvan mag gezocht worden in de omstandigheid, dat bij het wegvallen van het meerendeel der jongere aanvoerende banen, vooral van cerebrum en cerebellum, en daarmee de atrophie van het neo-rubrum, het resteerende, niet atrophieerende deel der roode kern, het palaio-rubrum zich instelt tot compensatie van het gestoorde evenwichts-behoud en van de gestoorde locomotie en door functioneelen overarbeid tot hypertrophie gedwongen wordt.

Dit wijst op een lange phylogenetische geschiedenis der roode kern en bevestigt opnieuw, de, op grond van anatomische gegevens, uitgesproken onderscheiding tusschen palaio-rubrum en neo-rubrum.

Zelfs mag men verwachten, dat de vergelijkende anatomie, bij studie en vergelijking van de pars intermedia cerebri bij mesencephale dieren (visschen, amphibien), striatum-dieren (reptilien, vogels) en thalamo-cortexdieren (mammalia) nog belangrijke bijzonderheden zal leeren kennen over het complex van cel-ophoopingen, dat hier, bij zoogdieren als een gemeenschappelijke kern, de roode kern, is beschreven.

De tonus-veranderingen zijn echter niet alleen de stoornis, welke de klinische waarneming gewoon is op rekening te stellen van een lijden der roode kern.

Wij hebben er op gewezen, dat de ziekte van Benedikt, halfzijdige

Sluiten