Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van groot gewicht, maar bovendien vindt men tegen die ventrikels de tela chorioidea. In de norma bestaat zij uit een stroma van klierweefsel met zeer dunwandige en uiterst fijne capillaria, van elkander gescheiden door zeer weinig tusschenstof.

Behalve de fijne vezels vindt men in dit stroma, soms geïsoleerd, soms groepsgewijze bijeengeplaatst, enkele groote cellen met zeer grof gekorreld protoplasma, die soms ook tusschen de kliercellen indringen. Want tegen de wanden der capillaire vaten aan liggen cellen van een cubischen vorm zoodanig, dat haar binnenvlakte direct aansluit tegen den uiterst dunnen bloedvaatwand.

De kliercellen zijn als druiventrossen rondom die bloedvaten geschikt en in het fijnkorrelige protoplasma dezer cellen zijn, sedert L u s c h k a, een aantal grove donkere granula bekend en ook groote re, meestal ongekleurde druppels en korrels, die den indruk maken, alsof zij in de hersenkamer worden uitgestooten.

Hier en daar vindt men tusschen die kliercellen een grootere cel met grofkorrelig protoplasma, welke ook in het stroma der tela wordt aangetroffen.

Deze tela chorioidea speelt in de huishouding van het zenuwstelsel ongetwijfeld een belangrijke rol, al kennen wij de beteekenis er van nog slechts zeer onvolkomen.

Men vindt bij het menschelijk foetus van 30—150 millimeter lengte, in de kliercellen van de tela een sterke afzetting van glycogeen, dat in grootere of kleinere druppels, met een ammoniakale karmijnkleuring als die van Best, door een intensief roode kleur, zichtbaar kan worden gemaakt. Deze druppels worden in de hersenkamer uitgestort en er blijft dan in de kliercel tijdelijk een vacuole achter. Vermoedelijk wordt dit glycogeen, al weten wij niet hoe, voor den verderen bouw van het groeiende zenuwstelsel gebruikt.

Men vindt het trouwens ook elders dan in de tela, bijv. in den uitlooper der pia mater van de ventrale ruggemergs-spleet, maar de cellen der tela van een jong humaan foetus kunnen er tot berstens toe mee gevuld zijn.

Bij den volwassene vindt men in normale omstandigheden geen glycogeen meer in de tela. De stof schijnt voor het volwassen zenuwstelsel niet, in het begin van het wordend zenuwstelsel wel noodig.

Nog meer licht werpen Goldman n's onderzoekingen met injectie van z.g. vitale kleurstoffen, op de functie dezer tela.

Wordt bij een konijn, intraveneus, 20—40 cM3. eener vitale kleurstof, bijv. eener 1% oplossing van" trypaan-blauw ingespoten, dan wordt het zenuwstelsel niet blauw gekleurd. Maar wel worden er in de tela chorioidea elementen gevonden, die de vitale kleurstof opnemen.

Allereerst kleuren zich in de tela, na een éénmalige injectie, de grofkorrelige cellen, die zich in het stroma en ten deele tusschen de kliercellen bevinden, intensief blauw. In verband met soortgelijke celreacties in andere weefsels, die de injectie met vitale kleurstoffen, waartoe behalve trypaan-

Sluiten