Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

cerebri, de reukhersenen en, zooals wij straks zullen zien, de amandelkern (zie fig. 618) gevormd.

Na deze eerste kennismaking met de plaatsing en de begrenzing der stamganglia aan horizontale en sagittale sneden, is het gewenscht die studie aan transversale sneden voort te zetten en dan tevens een aanvang te maken met de studie der structuur dezer zenuwmassa.

Daartoe zijn sneden gekozen, die de hersenen treffen volgens hare lengteas, dus in de sneeriehting van F o r e 1.

Er is, gelijk van zelve spreekt, een zeker aantal van deze transversale sneden noodig. Zij beginnen met de in fig. 612 afgebeelde doorsnede, die de hersenen treft, als de balk nog in zijn forceps anterior is getroffen en zich gereedmaakt om naar de overzijde over te gaan, dus door het meest frontale einde der z.g. knie van den balk, het ,,genu corporis callosi" (fig. 612 genu c. callosi).

Van deze knie uit straalt de balk de witte stof binnen, aanvankelijk zoowel dorsaal als ventraal van den nog niet geopenden ventrikel. Deze balkstraling (fig. 612 radiatio corporis callosi) omvat de stevige laag der substantia grisea centralis (fig. 612 subst. grisea centralis), die frontaal van den lateralen ventrikel ligt. Zij breekt als het ware door de witte hersenstof heen, scheurt de vezelmassa's ervan uiteen en gaat met een groot deel harer vezels, zoowel dorsaal als ventraal van de substantia grisea centralis, over in den fasciculus fronto-occipitalis (fig. 612 fase. front, occipitalis). Deze band van gelijkmatig en intensief gekleurde, dwarsgetroffen vezelbundels vindt men in den lateralen wand van de substantia grisea centralis.

Deze, in normale hersensneden, zichtbare verbinding van den balk met den fasciculus fronto-occipitalis is niet zonder belang. Bij balklooze hersenen toch, d. w. z. bij hersenen, van welke geen of slechts een zeer klein deel der meest frontale balkvezels de middellijn overkruisen, groeit die fascikel uit tot een zeer machtigen bundel. Hij voert dan de groote massa der balkvezels, als ongekruiste balkvezels, in occipitale richting. Maar de balkvezels wenden zich niet alleen daarheen. Een groot aantal dezer vezels gaat ook in de witte stof zelf over.

Het middelpunt ervan wordt hier gevormd door den pedunculus coronae radiatae (fig. 612 pedunc. coronae radiatae), hier eveneens gevormd door een band van dwars doorsneden vezelbundels. Uit den voet der corona radiata komen de witte spaken naar de windingen, de radii circonvolutionum (fig612 radius circ.) voort, die echter ten deele ook bestaan uit de kleinere boogbundels, de fasciculi arcuati (fig. 612 fase. are.), die de windingen onderling, vooral met de naastbijgelegen windingen, verbinden.

De substantia grisea centralis is zeer rijk aan fijne vezels. Die, welke daarin centraal zijn geplaatst, worden, omdat zij evenwijdig aan het ependym van de kamer loopen en deze op het punt staat open te gaan, overlangs getroffen. Om dezelfde reden zijn echter de vezels, die de centrale grijze stof omgeven, dwars geraakt. Alleen de meest laterale vezels, die voor een groot deel overgaan in den fasciculus fronto-occipitalis, worden weer overlangs getroffen.

Sluiten