Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

einde dan ook meerendeels uit deze vezelvelden opgebouwd, en men ziet in fig. 614, dat zoowel het caput nuclei caudati als de nucleus lentiformis, die hier voor de eerste maal geraakt is, over hun geheele oppervlakte bedekt zijn door een groot aantal dezer fijne bundeltjes, die zich telkens zoowel ventraal als dorsaal aansluiten aan de hoofdmassa der onderbroken vezelvelden der capsula interna. Overigens is de structuur der witte stof hier vrijwel gelijk aan die, welke in fig. 613 werd beschreven. Men leert dus uit de in fig. 614 weergegeven teekening, dat het frontale gedeelte van het crus anterius capsulae internae nog maar voor een zeer klein deel uit hemispheer-vezels wordt opgebouwd. Het grootste deel zijnervezels, de licht-gekleurdefijne vezelbundels wordt eraan toegevoerd uit het striatum en uit de substantia grisea centralis.

De nu volgende beschrijving der teekening, die in fig. 615 is weergegeven, zal ons over die verschillende soorten vezels in het voorste deel der capsula interna nog meer bijzonderheden leeren. De daarin afgebeelde doorsnede is ontleend aan dezelfde transversale serie van menschenhersenen als fig. 613 en fig. 614.

Zij gaat door het chiasma Nervorum opticorum (fig. 615 chi. N. opt.), door den tractus opticus (fig. 615 tr. opt.), dat ventraal het infundulum ventriculi lateralis (fig. 615 Inf.) afsluit en door de commissura cerebri anterior (fig. 615 comm. co. ant.), die de middellijn overkruist. Verder snijdt zij het middenstuk van den balk (fig. 615 c. cal!.).

De knie en de ventrale ombuiging van het rostrum van den balk, die nog in fig. 614 zichtbaar waren, zijn nu niet meer getroffen. In de snede ligt weer de voorhoorn van den zijventrikel (fig. 615 V. L.), die even frontaal van het foramen M o n r o i getroffen wordt. Die voorhoorn wordt dorsaal begrensd door het middenstuk van den balk, mediaal door de neerdalende fornixzuil (fig. 615 c. forn.), die langs de commissura cerebri anterior strijkt en naar de substantia grisea centralis van den derden ventrikel streeft. De fornixzuil wordt vergezeld van de lamina terminalis (fig. 6151a. term.), welke de ventrale begrenzing van den voorhoorn op zich neemt en waaruit de taenia terminalis (fig. 615 taen. term.) ontspringt, die op de laterale grensvlakte van den voor hoorn wordt gevonden.

Verder wordt de laterale vlakte van den voorhoorn gevormd door het daarin voorspringend caput nuclei caudati (fig. 615 caput n. caudati) en in den latero-dorsalen hoek door de nog altijd omvangrijke substantia grisea centralis (fig. 615 s. gr. ce.) met het stratum subcallosum.

De lenskern van het striatum wordt door deze doorsnede voor de eerste keer in de serie zoodanig getroffen, dat de verdeeling in twee onderdeelen aanwezig is. Het putamen (fig. 615 putamen) hangt direct met den nucleus caudatus samen door krachtige grijze strooken, die door het dorsale deel der capsula interna heengaan. Door een strook witte stof, de stria medullaris externa (fig. 615str. med. ext.) is het putamen afgescheiden van den nucleus pallidus (fig. 615 n. pallidus), welke tusschen commissura en capsula interna is ingewrongen.

Sluiten