Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Putamen en nucleus pallidus zijn beide rijk aan bundeltjes met lichtgekleurde vezels, maar in den nucleus pallidus is de vezelrijkdom overwegend.

De lenskern wordt in haar geheel door de commissura cerebri anterior begrensd en daardoor tevens afgescheiden van de regio innominata (fig. 615 Reg. innom.). Daarin neemt men den nucleus basillaris waar, ventraal langs de commissura gelegen (fig. 615 n. bas.). Zelf steunt de regio innominata hier nog op de reukhersenen, van welke de reukwindingen met het snuffelorgaan van E d i n g e r (fig. 615 n. L u y s-E d i n g e r) in de snede liggen. Lateraal wordt het putamen nuclei lentiformis, dat ventraal met de reukhersenen samenhangt, door de capsula externa (fig. 615 c. externa) van het claustrum gescheiden en dit wordt door de capsula extrema (fig. 615 c. extrema) tegen de schors der insula (fig. 615 Insula) begrensd.

Aldus wordt het striatum in haar beide onderdeelen getroffen, zoodra de capsula interna (fig. 615 c. interna) er doorheen breekt. De capsula interna is echter zeer veranderd, sedert zij in fig. 614, nog alleen tusschen putamen en nucleus caudatus werd getroffen. Tusschen de Verspreide vezelvelden der capsula interna heen worden putamen en nucleus caudatus in fig. 614 door breede grijze strooken met elkander verbonden

Die strooken zijn thans op een tweetal teruggebracht. Zij deelen nog de dorsale afdeeling der capsula interna in overigens veel omvangrijker vezelvelden in. Haar ventrale afdeeling bestaat nu uit een aaneengesloten vezelveld. Ook nu wordt de capsula interna uit vezels van verschillende herkomst opgebouwd.

1. Vooreerst uit vezels uit den pedunculus coronae radiatae. Daarin komen zoowel schorsvezels als balkvezels, die langs den meest lateralen, wijdsten boog uit den balk in dien pedunculus overgaan.

Deze vezels, als vroeger kenbaar aan hare groepeering in zeer donker gekleurde vezelbundels, vormen de intensief zwartgekleurde ventro-laterale afdeeling der capsula interna en zijn veel verder in ventrale richting doorgedrongen, dan dit in fig. 614 het geval was. Zij vormen een groot aaneengesloten veld in de ventrale afdeeling der capsula interna.

2. Vervolgens uit vezels, die langs den meest medialen boog uit den balk in de dorso-laterale afdeeling der substantia grisea gaan en zich langs de dorso-mediale afdeeling van den fasciculus fronto-occipitalis plaatsen. Deze vezelbundels vindt men langs den medialen rand als lichte bundels in de capsula interna weder.

3. Daarnevens uit vezels, die langs den centralen boog uit den balk in den fasciculus fronto-occipitalis overgaan. Deze donkere vezelbundels vindt men ook in de capsula interna midden tusschen de lichtere vezelbundels verspreid.

4. Eindelijk uit de lichtgekleurde bundels van fijne vezels, die wij hebben leeren kennen als vezels, die met de substantia grisea centralis en het striatum samenhangen. Men ziet deze vezels zoowel in den fasciculus fronto-occipitalis als in de dorso-mediale afdeeling der capsula interna. Zij

Sluiten