Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

welke zich tusschen het donkere veld en de bocht der ansa plaatsen en aldus het vezelveld dat in fig. 616 het eerst ontmoet werd, nog versterken.

Dit mediale veld wordt ook door grijze strooken onderbroken. Zij hebben echter niets gemeen met de grijze strooken, die als verbindingsstrooken tusschen putamen en nucleus caudatus in de laterale capsula interna werden gezien. Zij zijn een deel van de binnenste geleding, van P3, van de binnenafdeeling des nucleus pallidus. Die geleding schuift zich, van de laterale zijde uit, in de capsula interna voort en de strooken kunnen tot ver caudaal in den pedunculus cerebri vervolgd worden. Als de substantia nigra, van de mediale zijde uit, dergelijke grijze strooken tusschen de vezelbundels van den hersensteel inzendt, kan men de grijze strooken van P3 nog altijd waarnemen.

De thans te beschrijven teekening, fig. 618, is die eener volgende doorsnede uit dezelfde serie der vorige teekeningen.

Zij treft de stamganglia door het begin van de commissura cerebri media (fig. 618 c. ce. me.), door het frontale einde der corpora mammillaria (fig. 618 c. mam.) op het oogenblik dat de commissura cerebri anterior (fig. 618 com. ant.) de basis van het striatum verlaat en uitstraalt in den lobus temporalis en in de amandelkern (fig. 618 n. amygdalae).

De ventriculus tertius (fig. 618 V. III) wordt door de grijze commissura media in twee stukken gedeeld. Het dorsale deel ervan wordt door het dak van den derden ventrikel begrensd, uit welke aan weerszij den de tela chorioidea van den derden ventrikel (fig. 618 tela. v. III) de kamer binnendringt.

Het ventrale deel ervan wordt omgeven door de substantia grisea centralis van deze kamer (fig. 618 s. gr. ce. V. III). Deze is hier tot tuber cinereum geworden, in welks basis beiderzijds het corpus mammillare wordt gevonden, dat van nu af de ventrale grens van den ventriculus tertius wordt.

De begrenzing van den thalamus opticus is weinig verschillend van die in fig. 617.

Dorsaal wordt hij, vanaf de taenia terminalis (fig. 618 ta. ter.) door den lateralen ventrikel begrensd, en blijft daar van gescheiden van de veelgrooter geworden laag zonale thalamus-vezels. Het mediale gedeelte der dorsale begrenzing wordt op zich genomen door den uitlooper der pia mater tusschen hemispheer en diëncephalon en door de taenia thalami (fig. 618 ta. th.). Mediaal grenst hij aan de substantia grisea centralis van den derden ventrikel. Ventraal rust hij met zijn laterale gedeelte op het laterale stuk der capsula interna, wier vezels er in beginnen uit te stralen, maar tusschen het mediale stuk der capsula interna en den thalamus is hier de pars intermedia geschoven, die als hypothalamus (fig. 618 hyp.) thans duidelijk herkenbaar is. Eigenlijk was reeds in fig. 617 de eerste aanduiding van den hypothalamus zichtbaar in het veld der laag van lichte, dorsaal van de capsula interna gevonden vezels. Maar hier herkent men er de bundels hx en h2 van Forel (fig. 618 hj en h2) en de tusschen beide gelegen zona incerta (fig. 618 z. ine.) zoowel links als rechts.

Deze hypothalamus sluit aan de substantia grisea centralis van den

Sluiten