Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

6. Zij komen echter in tegenstelling te staan tot de groote massa veel fijnere vezels, die vooral in de frontale gedeelten, zoowel langs de capsnla interna, als langs de ansa lenticularis in nucleus caudatus, putamen en thalamus overgaan en voor een deel in de substantia nigra haar oorsprong hebben.

7. Op het oogenblik, dat de substantia nigra door haar grootsten omvang is getroffen (fig. 623), zijn ook de grijze strooken van P3 in den hersensteel verdwenen. Voordat dit het geval is, zijn deze strooken doorbroken door de vezels, die uit de capsula interna naar den steel gaan. Zij komen daarin zoodanig terecht, dat de dikke vezels ventraal blijven en wel de frontale vezels in de mediale afdeeling, de parietale vezels in de intermediaire en de temporale vezels in de laterale afdeeling van den steel overgaan.

De fijnere vezels blijven dorsaal gelegen. Zij stooten tegen de fijne vezels van het stratum intermedium der formatio reticulata der substantia nigra en niet weinige ervan gaan daarin over.

8. Er bestaat een zeer kenmerkend onderscheid in de celstructuur, welke eenerzijds in het putamen en in den nucleus caudatus en anderzijds in den nucleus pallidus wordt aangetroffen. De nucleus pallidus, alsmede de nucleus basillaris is uit zeer groote cellen opgebouwd. Het putamen bestaat daarentegen uit zeer kleine cellen, evenals de nucleus caudatus. Tusschen die kleine cellen in worden echter ook enkele groote cellen aangetroffen.

§ 3. De ontwikkeling der stamganglia bij zoogdieren en menschen. a. Tot aan de myelinisatie.

Na de ruwe beschrijving van horizontale, sagittale en transversale sneden door de stamganglia der normale menschenhersenen, die wij in de voorafgaande bladzijden hebben gegeven, is er door ons een voldoende orientatie verkregen, om met behulp van de studie der embryonale ontwikkeling van menschenhersenen, naar nieuwe details der stamganglia te zoeken. Het is voor dit doel echter noodzakelijk om beknopt en in vogelvlucht een overzicht te geven der ontwikkeling van het zenuwstelsel der gewervelde dieren in de eerste dagen, ten einde daardoor de studie van menschen-embryonen begrijpelijk te doen zijn.

Derhalve volgt hier een kort overzicht van het begin der ontwikkeling van het zenuwstelsel.

Wanneer de voor ons doel weinig belangrijke 'primitieve streep of nota primitiva, alsmede de primitieve sleuve of fossa primitiva reeds op den terugweg zijn van haar ephemeer bestaan, vormen zich, capitaal daarvan, uit de epitheelcellen in het buitenste lciemblad of den epiblast van het schildvormige embryo, aan weerszijden van de middellijn, verdikte plaatsen. Daar zij naast de middellijn in de lengteas van het lichaam zijn gelegen en elkander daar aanraken, brengen deze verdikkingen, de medullaire platen, zooals men hen noemt, een in de middellijn gelegen inzinking van den epiblast tot stand. Deze inzin-

Sluiten