Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

king, die als de medullaire groeve wordt beschreven, en waarnevens de beide medullaire platen zich verheffen, is als eerste aanleg van het zenuwstelsel te beschouwen.

De groeiende medullaire platen schuiven verder omhoog, stooten weldra met hun dorsale randen tegen elkander, omsluiten op die wijze een daartusschen gelegen holte, die overal door de medullaire platen gesloten wordt. Aldus ontstaat de eerste aanduiding van het centrale ruggemergs-kanaal.

Aanvankelijk hangen de medullaire platen dorsaal nog met den epiblast samen, maar weldra gaat de verbinding er mee verloren en dan ligt onder den epiblast een zelfstandige holle buis, de neurale buis, of de medullaire buis. Die buis wordt de aanleg zoowel van het ruggemerg als van de hersenen.

Aan de voorpool van het embryo verwijdt de neurale buis zich. Er ontstaan achter elkander, drie onderscheiden, elkander opvolgende verwijdingen, de zoogenaamde hersenblaasjes. Men noemt die blaasjes:

1. het voorste hersenblaasje of prosencephalon.

2. het middelste hersenblaasje of mesencephalon.

3. het achterste hersenblaasje of metencephalon.

Dit stadium van drieblazige hersenontwikkeling in het embryo wordt bij den mensch al in het begin der 2de week bereikt. Het duurt slechts kort.

De eerste verandering, die plaats vindt, is, dat een stuk van den lateroventralen wand van het voorste hersenblaasje zich daarvan gaat afscheiden. Weldra vormt dit een zelfstandig blaasje, dat met het lumen van het prosencephalon samenhangt en door een hollen, met ependym bekleeden en aanvankelijk zeer wijden steel er mee verbonden blijft.

Het nieuwe blaasje is de z.g. oogblaas. Het bestaat dus uit een stuk van den wand van het prosencephalon.

In den steel groeit de later zich ontwikkelende N. opticus naar binnen, maar het blaasje zelf groeit naar de laterale lichaamsoppervlakte. Het wordt dan ingestulpt door de, van buiten af tegemoetgroeiende lens van het oog. Dientengevolge wordt de oogblaas tot oogbeker.

De vroegere buitenwand van het prosencephalon, nu naar binnen gedrukt, wordt tot retina of netvlies, terwijl zijn binnenwand, waartegen de retina wordt aangedrukt, zich tot het retinale pigment ontwikkelt. De retina van het oog vormt zich dus in haar geheel als een deel van den wand van het prosencephalon.

Zeer kort daarna ontwikkelt zich, en wederom uit den ventrolateralen wand van het voorste hersenblaasje, op nieuw een blaasje van geheel andere beteekenis. Dit secundaire blaasje, dat het hemispherenblaasje of het telencephalon (eindhersenen) genoemd wordt, ontwikkelt zich in ventrale richting en sleept de rest van het primaire hersenblaasje, dat van nu af diëncephalon heet, met zich, eveneens in ventrale richting.

Tengevolge van dezen, in ventrale richting gaanden groei ontstaat er een z.g. kopbuiging, die uit den aard ook ventraal is gericht. Het mesencephalon wordt daardoor de meest proximaal voorspringende zone van het embryo en wordt aan den top der foetale hersenen gevonden.

Sluiten