Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dit stadium van hersenontwikkeling noemt men het vierblazig stadium. De beide uit het prosencephalon voortgekomen blaasjes, het telencephalon en het diëncephalon liggen derhalve voor of frontaal van de kopbuiging. Het mesencephalon bedekt den top ervan en het metencephalon wordt achter of occipitaal van de kopbuiging gevonden.

Het vierblazig stadium duurt eveneens zeer kort, want onmiddellijk aansluitend aan de vorming der kopbuiging, wordt het oorspronkelijke achterste hersenblaasje de zitplaats van nieuwe veranderingen. Er ontwikkelt zich daarin een tweede foetale buiging, de nek-buiging, die loodrecht op de kopbuiging staat. Ook het meten¬

cephalon wordt dientengevolge in twee afzonderlijke blaasjes verdeeld.

Het voorste dezer nieuwgevormde hersenblaasjes, het kleineher senblaasje of cerebell-encephalon ligt frontaal van, boven de nekbuiging. Met zijn basalen rand, de latere aanleg voor den pons V a r o 1 i, ligt het als de bruggebuiging, tegen den achterrand en occipitaal van de kopbuiging.

Het achterste der nieuwe blaasjes ligt onder, caudaal van de nekbuiging. Het is als het oblongata-blaasje of het myelencephalon bekend, en zijn wand zet zich onmiddellijk voort in dien van de caudale neuraalbuis, inden aanleg van het latere ruggemerg.

Op dit oogenblik is daardoor het vijfblazig stadium der hersenontwikkeling bereikt, die men bij m.M. reeds volledig ontwikkeld

te zien krijgt, en waaruit de hersenen voortkomen.

In fig. 624 is, naar een teekening van Victor Mihalkowicz, een afbeelding weergegeven van een menschelijk foetus van ongeveer 50 m.M., bij driemalige vergrooting.

Daarin herkent men het vijfblazig stadium der hersenontwikkeling gemakkelijk. Wij zien dan 1. Het telencephalon (fig. 624 telenc.) of hemisphaerenblaasje, het secundair uit het prosencephalon ontstane hersenblaasje, dat ver ventraalwaarts reikt en met het rhinencephalon (fig. 624 olf.) verbonden is.

2. Het diëncephalon, het primaire voorste hersenblaasje (fig. 624 Dienc.)

Fig. 624.

Menschelijk foetus van ongeveer 50 m.M. lengte uit de 7e week. Drie maal vergroot volgens

von Mihalkowicz. Aur. = ooraanleg. cereb. = cerebell-encephalon. Dienc. — diëncephalon. k.b. — kopbuiging. Mesenc. = mesencephalon. myelenc. = myelencephalon. N.b. = nekbuiging. Oc. = oogaanleg. olf. = tractus olfactorius. opt. = opticussteel. po. = pons-buiging, telenc. = telencephalon.

het menschelijk foetus van 25 m.M.—30

Sluiten