Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mediaal stuk, grootendeels oorsprong van effectorische vezels, gescheiden van een latero-dorsaal stuk der medulla oblongata, dat meerendeels perceptorische elementen bevat. Ook in den pons Varoli van het cerebellencephalon gaat dit nog, als men van de groeve, zijdelings van de facialisknie (fig. 625. III s. 1.) een lijn langs den uittredenden N. facialis trekt. Dan verkrijgt men een dergelijke scheiding. Eveneens kan men in 't hoogere gedeelte van de V ar o 1 s-brug den sulcus limitans bepalen, lateraal van de door de motorische qiüntus-kern (fig. 625 IV s. I.) veroorzaakte welving in de kamer. Een lijn van daar naar den uitgaanden motorischen quintus-wortel getrokken, zou opnieuw een receptorische en effectorische verdeeling in het leven roepen.

Ook in het mesencephalon kan men een dergelijken sulcus limitans (fig. 625 V en VI s. 1.) herkennen, zoowel lateraal van de trochlearis-kern als van de kern van den N. oculomotorius.

In meer orale doorsneden wordt het echter moeilijker om een sulcus limitans te bepalen.

Strikt genomen is er in het diëncephalon al geen reden meer om te spreken van een groeve, die de plaats der effectorische kernen zou afscheiden van de plaats der receptorische, want het gesegmenteerde gedeelte van het centrale zenuwstelsel is in het mesencephalon geëindigd en het schijnt mij toe, dat elke poging om de metamerie van den kop nog verder voort te zetten, tot op heden mislukt is.

Wel reiken de motorische kernen (nuclei N. IV en N. III) verder oraalwaarts dan de receptorische (nucleus sensibilis N. V), maar verder dan tot in het mesencephalon reikt het duidelijk gesegmenteerde gedeelte van het zenuwstelsel niet. Omdat evenwel de sulcus limitans niets meer is dan een schematische lijn, zou het geoorloofd zijn andere onderstellingen te overwegen. Men zou kunnen meenen dat het van zelf spreekt, dat in de volgende hoogere niveaux met den sulcus limitans niet bedoeld kan zijn een scheidingslijn tusschen de kernen van aanvoerende en afvoerende ruggemergszenuwen, die er niet meer zijn.

Men zou zich kunnen voorstellen ,dat men daar beproeven kan om met den sulcus limitans de scheidingslijn aan te geven, tusschen secundaire stelsels uit de receptorische kernen eenerzijds en de evenzeer secundaire vezelstelsels anderzijds, die uit de hoogere gedeelten van het zenuwstelsel voor de effectorische kernen worden uitgezonden. Te meer, omdat men in de laatstgenoemde nog gemeenschappelijke paden voor de motorische kernen kan zien.

Zulk een onderstelling zou misschien kunnen aansluiten aan den, in het rijk der gewervelde dieren, geldenden regel eener plaatselijke stabiliteit der receptorische kernen tegenover een plaatselijke labiliteit met betrekkelijk gemakkelijke verschuifbaarheid der effectorische kernen, zooals die onder den invloed van Kappers' leer der neurobiotaxis tot uiting is gekomen.

Maar ook bij een wijziging in dezen zin van de beteekenis, die men aan den sulcus limitans toekent, komen er nog een aantal moeilijkheden voor den dag, wanneer men met stelligheid de voortzetting van den sulcus limitans zou vaststellen.

Sluiten