Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geheele pallium benevens het geheele striatum tot de vleugelplaat der hersenen. Daarentegen wordt in het schema van von Kupffer een groot deel van het striatum bepaald als een ventraal van den sulcus limitans gelegen hersendeel en dus toebedeeld aan de basale plaat van het voorste hersenblaasje.

Men ziet dit alles met een enkelen oogopslag in fig. 628. Maar er blijkt daaruit nog iets anders.

Tusschen het niet zoo stellig vaststaande orale eindpunt van het telen-

*'ig. 628.

Schema van zoogdier-hersenen, waarin de voorstellingen van H i s en von Kupffer vereenigd worden. (Zie de beschrijving in den tekst.)

cephalon en het chiasma opticum liggen nog zeer verschillende deelen. Van onder naar boven gaande, ontmoet men eerst den recessus praeopticus, waarin H i s, den sulcus limitans deed eindigen. Dan volgt de hemispherenwand, die langs rhinencephalon en striatum overgaat in de lamina terminalis. Daarin laat von Kupffer den neuroporus anterior ergens eindigen. Maar nog hooger doorkruist de commissura anterior cerebri de lamina terminalis en daar de neuroporus volstrekt niet als een mathematisch punt is aan te zien, maar veeleer in een spleet door de lamina terminalis heendringt, kan de vraag rijzen, of er nog niet een derde, in die buurt eindigende groeve denkbaar is.

Want op den binnenwand van het menschelijk telencephalon leert men drie groeven kennen. Het staat dan wel vast dat de meest mediale daarvan, door H i s als sulcus limitans beschreven is. Voorts is de middelste dezer groeven door von Kupffer naar den onderrand van den neuroporus beschreven, maar er blijft daarnevens nog een derde groeve over, die naar den bovenrand van dien neuroporus vlak tegen de commissura anterior gericht is.

Sluiten