Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

naar buiten gekeerde laag c, zeer celrijk is en daardoor een meer massieven indruk maakt. Aan deze laag sluit dan de meer naar de peripherie gelegen laag, die hier in fig. 630 B met de letter d is gemerkt. Zij kan in meerdere deelen worden verdeeld. In dj staan de cellen gerangschikt in rijen, radiair tegenover den pallium-rand, nog vrij dicht opeen. In d2 vormen die cellen naast de rijen ook groepjes, maar zij zijn daarin veel minder dicht opeengelegen. De groepjes hangen door een veel lichtere laag d3 heen samen met een zeer dichte, massieve cellaag, die van nu af den naam schorslaag verdient, maar steeds door de celarme laag van de pia mater blijft gescheiden. Men krijgt hier dus den indruk, dat de massieve cellaag d4, de schorslaag, haar cellen heeft verkregen, doordat de in rijen gerangschikte cellen uit de matrix c, en de groepjes in dx, d2 en d3 daarheen zijn getogen. Daarmee is de schorsaanleg gevormd en tevens de daaronder gelegen, veel minder cellen bevattende en dus veel lichtere aanleg (fig. 630 B. d3) voor de witte stof van den hemispherenwand.

Voorloopig blijft, terwijl de scheiding tusschen schorslaag, laag der corona radiata en ependymalen celmoederbodem steeds scherper tot uitdrukking komt, de celaanvoer uit den ependymalen moederbodem naar de schorslaag voortbestaan. Weldra echter houdt die aanvoer op en begint de schorslaag zelf zich in twee deelen te verdeelen. Door de celarme zone van de pia mater gescheiden, verdeelt zich de massieve cellaag der schors in twee lagen, De eene is de zeer dichte cellaag, die tegen de corona radiata aangelegen is, de andere, minder dicht, grenst tegen de celarme zone. Daarmee is dan de tweelagige schorsaanleg bereikt, gelijk zij in fig. 633 zichtbaar is. Bij den foetus van 80 m.M. lengte is dit de feitelijke toestand.

Op dat oogenblik zijn in den hemispheren-wand scherp te onderscheiden, de schors, de daarondergelegen corona radiata, die harerzijds door de matrixcellen van het ependym wordt begrensd.

De schors bestaat dan uit drie lagen. De celarme zone onder de pia mater vormt er de buitenste laag van, de beide zones door den moederbodem van het ependym geleverd, vormen er de middelste en de binnenste laag. De scheiding tusschen corona radiata en de schors is scherp, maar de moederbodem dringt geleidelijk nog in de corona radiata door en begrenst haar slechts onscherp.

Niet overal is de ontwikkeling der schors even ver gevorderd. Bepaaldelijk in de insulaire streek is de schors veel minder ver voortgeschreden dan in den pallium-wand. Maar de moederbodem tegen het ependym voert naar die tweelagige schors geen nieuwe cellen meer toe.

Van nu af schrijdt de evolutie der schors zelfstandig voort, zonder verderen aanvoer van buiten. Er schuift zich, uitgaande van de massieve buitenste laag, een tweede dunnere massieve laag in, tusschen de cellen der binnenste lichtere zone. Daardoor ontstaan er twee afdeelingen boven elkander in de schors en zoodra bovendien de lichtere zone tegen de corona radiata aan verdicht en zich steeds scherper afscheidt tegen de corona radiata, als een vrij massieve

Sluiten