Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

grensvlakte, is het type van de zeslagige schors bereikt, dat zich verder kan ontwikkelen, naarmate de functioneel verschillende hersenvelden dit zullen eischen (fig. 636).

Deze lagen zijn dan van huiten naar binnen:

a. de celarme zone tegen de pia mater aan, die men de moleculaire laag noemt.

b. de rest der oorspronkelijk uit den moederbodem van het ependym aangevoerde, buitenste, massieve cellaag. Zij is de laag der kleine pyramiden of korrels en vervult de rol van een receptorisch veld.

c. de buitenste helft der uit den moederbodem van het ependym aangevoerde binnenste, lichtere cellaag. Zij is de laag der pyramiden en vervult de rol van een effectorisch veld.

d. de laag die secundair uit de oudere massieve, buitenste cellaag is voortgekomen. Zij wordt de korrellaag en heeft weer de rol van een receptorisch veld.

e. de binnenste helft der uit den moederbodem van het ependym voortgekomen binnenste, lichtere cellaag. Zij wordt de laag der groote cellen en verricht weder effectorische functies.

/. de laag, die door de secundaire verdichting van de in e beschreven laag ontstaan is. Zij wordt de laag der multiforme cellen, en verricht eveneens effectorische functies.

Aldus doet de hersenschors zich voor als een door de buitenste laag van den ependymalen moederbodem geleverd, naar de oppervlakte verhuisd aandeel der grijze stof. Zij bestaat uit twee op elkander gestapelde gedeelten, functioneel waarschijnlijk van zeer verschillende beteekenis, die door de korrellaag van elkander zijn gescheiden. In de bovenste afdeeling vormt de laag der kleine pyramiden een receptorische afdeeling, terwijl naar binnen toe een breede laag pyramiden, de uitvoerende functie verricht.

In de onderste afdeeling is de korrellaag de receptorische laag, terwijl de laag der groote cellen, de rol op zich neemt van uitvoer op verren afstand, en de laag der multiforme cellen, de effectorische functie voor nabijgelegen pallium-deelen op zich neemt.

Wordt de schors van het onderliggende zenuwstelsel afgescheiden, dan verandert er in de bovenste afdeeling weinig (N i s s 1), maar de onderste afdeeling gaat onder die omstandigheden bijna geheel te gronde. Slechts van de multiforme laag blijven er een aantal cellen over.

Na deze vluchtige uitweiding over de ontwikkeling van den lateralen en dorsalen wand van het secundaire hersenblaasje, het telencephalon, tot de schors en de witte stof van den wand der hemispheren, zullen wij ons nu wenden tot ons eigenlijk onderwerp, de ontwikkeling van het striatum uit den ventralen wand van het telencephalon.

Reeds bij de doorsneden door de hersenen van een foetus van 25 m.M. (fig. 629) zagen wij op een bepaalde plaats in het frontale deel van den ventro-

Sluiten