Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hem vindt men de fimbria fornicis (fig. 635 f. fo.), verbonden met de stria terminalis, uit welke de tela chorioidea in den ventriculus lateralis dringt. Deze is intusschen door de machtige ontwikkeling der corona radiata in sterke mate vernauwd.

De ependymale moederbodem (fig. 635 Ep.) boven den nucleus caudatus, overtreft in omvang nog vele malen den nog maar kleinen aanleg van die kern. Deze moderbodem staat, wat zijn omvang aangaat, in sterke tegenstelling met dien, welke tegen den medialen kamerwand gevonden wordt. Te dezer hoogte is echter de balk doorgebroken .en heeft ook den moederbodem in tweeën gesplitst. Men kan dus zoowel boven het corpus corporis callosi als boven de balkstraling in de capsula interna, nog altijd cellen van den moederbodem zien, die tegen de corona radiata (fig. 635 co. ra.) voortdringen en geleidelijk in aantal afnemen tot deze celarme zone bereikt is.

Uit de corona radiata dringen nu machtige nog volkomen merglooze vezelstralingen naar de capsula interna door. Steeds worden tusschen de vezel stralingen in het begin harer ontwikkeling cellen gevonden, in i'ijengeplaatst, evenwijdig aan de vezelrichting. Ook de capsula interna is rijk aan merglooze vezelmassa's en vertoont een opvallende gelijkenis met de capsula interna, zooals zij, rijk aan mergbezittende vezels, bij den volwassene in fig. 622 werd afgebeeld.

De capsula interna scheidt den nucleus caudatus van het diëncephalon en het diëncephalon van den nucleus lentiformis af. Maar de lenskern, zoowel als de hersenschors zijn in ontwikkeling zeer veel verder gevorderd dan in fig. 634 het geval was.

De schors der insula R e y 1 i i heeft evenals overal elders het 6-lagig type bereikt. Zij wordt door de capsula extrema gescheiden van het claustrum, dat door de capsula externa tegen het putamen wordt begrensd.

Het putamen nuclei lentiformis rust op de commissura cerebri anterior. Het is betrekkelijk vezelarm, hoewel er radiale stralen van merglooze vezels in te zien zijn. Door een duidelijke stria medullaris externa wordt het putamen van den nucleus pallidus afgescheiden en de laatstgenoemde kern wordt door twee andere striae medullares, evenals bij den volwassene, in drie geledingen, Pi, p2, p3 verdeeld. Ook is er een lamella medullaris limitans tegen de vezelrijke, maar merglooze capsula interna zichtbaar.

De striae medullares loopen in de ansa lenticularis over (fig. 635 a. lent.) en deze scheidt den nucleus pallidus af van den nucleus basillaris (fig. 635 n. hypol.) of hypolenticularis. Kappers zoowel als Ernst de Vries beschouwen den nucleus basillaris en den nucleus pallidus gezamenlijk en rekenen beide tot hun palaio-striatum. De nucleus basillaris strekt zich uit tot nabij den tractus opticus.

De pes pedunculi, waarin de capsula interna overgaat, vertoont den eigenaardigen bouw van vezellagen, cellagen en er doorheen loopende vezels, die wij bij den volwassene hebben leeren kennen. Men vindt daarin, nog mergloos, ook de vezels van E d i n g e r's kam-systeem aanwezig, die uit

Sluiten