Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zich meer en meer. Nog altijd blijft er een groote celmassa aan de mediale zijde van de corona radiata over, waaruit overal waar vezels ontstaan zullen, celbanden evenwijdig aan de vezelrichting ontstaan.

Een vrij goed ontwikkeld stratum sagittale (fig. 636 str. sag.) ziet men begrensd tegen de regio innominata door de voorste commissuur.

Tusschen den nog kleinen staart van den nucleus caudatus en het occipitale einde der lenskern gaat een machtige vezelstraling naar den thalamus. Ventraal daarvan ziet men uit den nucleus pallidus het kamsysteem (van E d i n g e r) ontspringen. Zij doorboort in sierlijke bogen de capsula interna en het onder den nucleus subthalamicus gelegen gedeelte van den pes pedunculi binnen en gaat voor een groot deel over in den fasciculus lenticularis hypothalami (fig. 636 h2).

Ook in deze snede ziet men dus weer de tegenstelling tusschen de snel in ontwikkeling voortschrijdenden nucleus lentiformis en de nog door een grooten celheuvel, die hem tot moederbodem strekt, bedekten nucleus caudatus, welke nog in het begin zijner wording verkeert.

Overzien wij thans, wat de studie van het zenuwstelsel der menschelijke embryonen ons verder heeft gebracht voor de kennis van het striatum. Vooreerst hebben wij gezien, dat er, zoodra het ruggemerg is aangelegd, in den wand van het centrale kanaal een groeve wordt gevormd. Deze groeve werd door H i s met den naam van sulcus limitans bestempeld. Hij zag in die groeve de lijn, die de basale plaat, het effectorische deel van het ruggemerg afscheidde van de alaire of vleugelplaat, het receptorische deel der medulla. Daarom hechtte hij aan die groeve een groote beteekenis.

Deze groeve kan gemakkelijk gevolgd worden, zoolang er een gesegmenteerd zenuwstelsel kan worden aangetoond, d. w. z. totdat de laatste der motorische kernen waren verdwenen, dus tot in het mesencephalon.

Tot zoover kon men met eenig recht in die groeve de scheidingslijn tusschen het effectorisch en receptorisch deel van het zenuwstelsel blijven zien en in deze opvatting heeft die sulcus limitans een groote systematiseerende beteekenis gehad en bezit die ook thans nog.

Er bestaat echter geen voldoend feiten-materiaal om deze groeve verder dan het mesencephalon door te trekken, hetzij over den sulcus M o n r o i naar den recessus praeopticus, hetzij naar de lamina terminalis en daaraan tevens nog dezelfde beteekenis te blijven vasthechten. Het schijnt dat ook elke poging mislukt is, die beproefd is om op grond van deze doorgetrokken lijn, een oordeel te verkrijgen over wat in het striatum als basale plaat en wat als vleugelplaat mocht worden aangezien.

Toch kan niemand ontkennen, dat de nucleus pallidus met zijn groote cellen (zie fig. 620) een geheel anderen bouw heeft dan het putamen of de nucleus caudatus, die in hun kleincelligen bouw met elkander overeenkomen. Evenmin zal iemand betwijfelen, dat er tusschen nucleus pallidus en de twee andere kernen een groot verschil bestaat, wat hun verbindingen betreft. De nucleus

Sluiten