Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het is, naar mijn meening, uitermate moeilijk om met stelligheid bij een menschelijk foetus te zeggen, of de eerste aanleg van den nucleus pallidus uit teleneephalon, diëncephalon of uit beide hersenblaasjes voortkomt, omdat er in de basale plaat der beide blaasjes, waaruit deze kern voortkomt, slechts kunstmatig een scheiding is aan te brengen. Bepaaldelijk zijn bij den foetus van 38 m.M. de verhoudingen zeer samengesteld.

Daarom worden in fig. 637 A en B teekeningen door het embryonale zenuwstelsel van zulk een foetus afgebeeld. Zij zijn evenals de vorige gemaakt, door op een foto te teekenen, dan het zilver op te lossen, waarna de teekening overblijft. Men herkent bij den eersten aanblik in fig. 637 A weer den dubbelen celheuvel, boven de plaats, waar zich het striatum vormt. De capsula externa is aangelegd, maar onder den lateralen celheuvel zoekt men zelfs in dit geval en in deze snede nog tevergeefs, naar iets wat op een aanleg van den nucleus caudatus zou gelijken.

Een deel van het wel herkenbare putamen nuclei lentiformis ligt tegen de capsula externa aan. Onder den medialen celheuvel, waarin men de transitoire met vocht gevulde ruimten ziet, verschijnt een ander deel van den aanleg van het putamen. Daarin meent Kodama ,moet men tevens den aanleg voor den nucleus pallidus zoeken. Maar indien dit zoo is, moet men er ook op wijzen, dat dit gedeelte van den aanleg direct samenhangt met den moederbodem van het diëncephalon, zoodat de mogelijkheid open blijft voor een gedeeltelijk ontstaan van den nucleus pallidus uit den basalen wand van het diëncephalon (fig 637 B).

Dit alles is overigens geheel in overeenstemming met hetgeen in fig. 629 gezien werd. De aanleg van het striatum en van het diëncephalon gaan zoo geleidelijk in elkander over, dat er geen grensscheiding tusschen beide is te maken. Het wordt volstrekt niet gemakkelijker, wanneer men de nauwkeurige teekening beziet, die in fig. 637 is weergegeven, ter plaatse waar de capsula interna, in eersten aanleg zich gaat vormen De dubbele cellenheuvel boven het striatum is hier door den sulcus M o n r o i afgescheiden van het diëncephalon, en van een duidelijken aanleg van den nucleus caudatus is ook in deze doorsnede nog nauwelijks iets te zien.

Wel echter ziet men het putamen en dit schijnt hier eenigszins bijzonder, omdat het ten deele midden in de capsula interna schijnt te liggen, van welke het eerste begin zoowel uit den schorsaanleg als uit den aanleg van het striatum schijnt te ontstaan (fig. 637 B).

Deze voortzetting van de celgroep, die bij het putamen behoort, in de capsula interna, zal men wel als nucleus pallidus moeten aanzien, maar zij is volstrekt niet uitsluitend in samenhang met de celgroep onder den dubbelen celheuvel. Talrijke celgroepen, die met den wand van het diëncephalon in samenhang zijn, gaan eveneens in dien uitlooper.

Wanneer die foetus een normaal ontwikkeld foetus is, dan moet men aannemen, dat een stuk van den nucleus pallidus zich gaat opbouwen uit

Sluiten