Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in het striatum werden beschreven. Kodarna meent, dat die toestand gevolg zou kunnen zijn van de vlekkige structuur, die in de allereerste ontwikkelingsstadia van het putamen wordt gezien en dat deze wellicht het uitgangspunt voor den status marmoratus zou kunnen zijn.

De eerste mergvorming in het gebied der stamganglia begint echter eerst eenigen tijd nadat de aanleg zoover gevorderd is, als wij hem in fig. 635 en fig 636 hebben geschilderd, dat wil zeggen tegen het einde der 5e zwangerschapsmaand. Dan neemt zij in de 6e maand snel in omvang toe.

De myelinisatie begint dan aan het occipitale einde van den nucleus pallidus, waarop die in het occipitale gedeelte van het putamen volgt. De mergvorming van het occipitale gedeelte van het putamen gaat vooraf aan die in het frontale gedeelte van het putamen zoowel als aan die van den nucleus caudatus.

F 1 e c h s i g kende het feit, dat de frontale afdeelingen van den nucleus caudatus en van de lenskern bij de geboorte nog volkomen mergloos waren. Hij wist, dat eerst in de 5e tot 6e maand na de geboorte de mergbekleeding der eigen vezels in die frontale gedeelten begon.

Ofschoon er sindsdien meermalen studiën zijn verricht over het bezit van merghoudende vezels in het striatum bij kinderen in het eerste levensjaar (Walther Riese, C. en O. V o g t), is toch Kodama de eerste geweest, die regelmatig de volgorde der myelinisatie aan opeenvolgende stadia van ontwikkeling heeft bestudeerd. Hij beschikte voor dit onderzoek over het reusachtig groote materiaal dat in het Herseninstituut te Ziirich door C. von Monakow was verzameld en kon een welgeordend overzicht samenstellen van de toeneming der merghoudende vezels van de 5e maand in het foetale leven af tot aan 9 maanden na de geboorte.

Hij heeft daarvan een schema gegeven, dat ik in fig. 638 heb overgenomen. Men ziet het eerst mergscheede bezittende vezels komen in het occipitale gedeelte van het binnenste lid van den globus pallidus. Deze merghoudende vezels gaan dan in de ansa lenticularis over naar de kern van L u y s. Zij zijn door een rechte roode lijn in fig. 638 aangegeven.

Snel voegen zich in de eerstvolgende maand merghoudende vezels daarbij. Zoodat in de zesde maand al vezels in den bundel h2 van Forel merghoudend zijn geworden, welke eveneens den nucleus van Luys van vezels voorzien. Voorts passeeren deze vezels (als het kamsysteem van E d i n g e r) de capsula interna, versterken niet alleen de vezelmassa van het corpus L u v s i i, maar gaan over in de zona incerta, in den ventralen thalamus, in het tegmentum en in de formatio intermedia der substantia nigra. Deze vezelmassa's zijn aangegeven met een roode door kruisjes gevormde lijn in fig. 638. Deze vezels vormen met elkander een eerste middelpunt van myelinisatie.

Een tweede middelpunt van vroegtijdige mergvorming is verder te vinden in de commissura van M e y n e r t.

Iets later ziet men, in fig. 638 aangegeven door een roode lijn met kringen, dat ook in de commissura supra-mammillaris merghoudende vezels beginnen te verschijnen.

Sluiten