Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

terwijl de ansa peduncularis overging in den pedunculus inferior thalami.

Het kamsysteem is het oudste dezer beide stelsels. Daarin worden de eerste merghoudende vezels van het striatum in de 6e —7e foetale maand gevonden. Eerst eenige maanden later verkrijgt het stelsel voor den pedunculus thalami inferior merg. Dit kamsysteem bestaat echter uit meerdere en zeer verschillende stelsels.

1. daaruit gaan vezels zoowel naar de ventrale, als door F o r e I's bundel h2 naar de dorsale zijde van de kern van Luys. De laterale grootcellige kernafdeeling van het corpus subthalamicum is sterker merghoudend dan de mediale kleincellige kernafdeeling ervan.

2. een aantal vezels gaan langs den ventralen rand des bundels h, over in de commissura supramammillaris en deze vezels worden weer versterkt door andere, die uit het corpus subthalamicum en uit het veld h van Forel in die commissuur overgaan.

3. voorts gaan vezels en wel de hoofdmassa der vezels uit den bundel h2 van Forel over naar het veld, dat deels uit F o r e I's veld h, deels uit de straling der roode kern is opgebouwd en voorzien den thalamus in zijn ventrale gedeelte. Tevens echter is de bundel hx gemyeliniseerd en voorziet den nucleus reticularis thalami.

Bovendien echter vindt men onder deze vezels ook die, welke naar de roode kern en dieper afdalen en aldus naderen tot de volgende.

4. Er gaan voorts vezels uit het sterk gemyeliniseerde kamsysteem over in den hersensteel en dalen tusschen merglooze vezels in het laterale gebied van den hersensteel naar beneden. Hier vinden wij den vezelbundel weer, dien wij in fig. 639 in zijn lengterichting hebben afgebeeld en die ten deele als latero-pontine bundel langs de substantia nigra in het centrale lemniscus-vekl komt, ten deele niet als nevenpyramide doorgaat, maar met de pyrami de-vezels gemengd wordt.

Ten slotte blijft ons nog over het merglooze veld in de capsula interna te beschrijven, dat wel in hoofdzaak een bestanddeel wordt van de laterale vezelmassa in den hersensteel, maar ook afwijkt in de zona incerta, waar het de middelste vezellagen vormt en waardoor het overgaat in de straling der roode kern.

Overzien wij thans, wat wij door de studie van de ontwikkeling van het menschelijk zenuwstelsel voor het striatum hebben geleerd.

"V ooreerst heeft het ons doen zien, dat er nog zeer sterke verschillen bestaan tusschen de resultaten, die de studie van foetaal menschelijk materiaal afwerpt voor de anatomie van het striatum en die, welke geleverd worden door de studie der vergelijkende anatomie.

De laatstgenoemde brengt ons een tegenstelling tusschen een palaiostriatum — dat den nucleus pallidus en den nucleus basillar is omvat — en een neo-striatum, waarin de nucleus caudatus met het putamen nuclei lentiformis met elkander worden vereenigd.

Sluiten