Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ziet men uit h1( uit de roode kern, uit h2, uit de lemnisci goed gemyeliniseerde vezels naar de ventro-mediale afdeeling van den thalamus gaan, 4 maanden later is de mergvorming uit secundaire rhinencephalon-stelsels naar den epithalamus, als b.v. fornix-stelsels en bundel van V i c q d'A z y r nog slechts aangeduid. Bovendien is op het oogenblik der geboorte de myelinisatie in de systemen der corona radiata voor de parietale schors juist aangeduid, 4 maanden later zijn de stralingen der corona radiata voor de voorhoofdswindingen daarentegen nog geheel vrij van mergvorming.

Deze feiten schijnen mij toe van belang te zijn, omdat hierin de mogelijkheid is gegeven tot een verzoening der resultaten der vergelijkende anatomie, met die, welke de myelinisatie van het zich ontwikkelend menschelijk striatum ons heeft leeren kennen.

Het meest occipitale deel van het striatum treedt al vroeg in samenwerking met een thalamo-parietaal geheel, dat, gelijk uit de verbindingen met het caudale zenuwstelsel blijkt, in hoofdzaak dienstbaar is geworden voor een georganiseerde ordening der bewegingen, zoowel aan de extremiteiten als van den romp en kop.

Het meest frontale striatum-gedeelte treedt eerst daarna in samenwerking met een thalamo-frontaal geheel, dat blijkens de verbindingen uit de substantia grisea centralis en het rhinencephalon, die dit geheel voeden, een geordend vegetatief geheel doet vermoeden.

Dit laatste geheel is echter specifiek menschelijk en wordt, althans in omvang van eenig belang, nog slechts bij de anthropoiede apen aangetroffen.

Om dit toe te lichten, begin ik te herinneren aan een talentvolle specialiseering, die Judson Herrick zich heeft veroorloofd (J u d s o n Herrick. The brain of rats and men).

Hij schrijft een schema van ontwikkeling neer, waarin hij visschen en amphibiën beschouwt, als zijnde in hoofdzaak mesencephalon-dieren. Reptiliën en vogels hebben daarenboven een striatum tot ontwikkeling gekregen, soms zelfs zeer hoog gespecialiseerd. Hij noemt die geslachten dan ook striatumdieren. Want zij bezitten nog nauwlijks een hersenschors. Een thalamocortex ontwikkelt zich eigenlijk eerst bij de zoogdieren. Zij zijn dan ook als thalamo-cortex-dieren te beschouwen.

Tegenover al de hier genoemde groepen komen echter in den gedachtengang van Judson Herrick, apen en menschen te staan.

Zij bezitten in de voorhoofdskwab een middelpunt, in staat om het geheel, dat in de thalamo-cortex-dieren is gegeven, op te voeren tot samenwerking op een nog hooger niveau.

Zij zijn dus voorhoofds-thalamo-cortex-dieren geworden.

De laatste groep is door Frederick Tilney in zijn groot werk „The brain from ape to man. 1928." aan een nauwkeurig onderzoek onderworpen en hij geeft een overzicht der ontwikkelingsgeschiedenis dezer groep.

Hij brengt de ontwikkeling dezer voorhoofdshersenen in beeld en dit beeld is door mij in fig. 643, met eenige wijziging in het kleurenbeeld, over-

Sluiten